Siersteenlaan 480 te Groningen / 06-17984365 Iedere zondag welkom vanaf 10 uur

Er is in de liefde geen vrees

“… Jozef huilde…” (Genesis 50:17).

De machtige onderkoning van Egypte is in tranen. Waarom? Als iemand reden had tot blijdschap dan was het Jozef wel. Na een periode van duisternis -door zijn broeders gehaat, als slaaf verkocht, jarenlang onschuldig in de gevangenis- was plotseling het licht over zijn leven opgegaan. Hij werd de op één na machtigste man van het rijke en welvarende volk der Egyptenaren. Jozef had als het ware maar te spreken en het was er, te gebieden en het stond er.

 

Niet alleen dát was hem te beurt gevallen, maar ook zijn vader Jakob kwam met de hele familie naar Egypte om daar te gaan wonen. 17 jaar heeft vader Jakob nog bij Jozef gewoond. Toen is hij gestorven op de leeftijd van 147 jaar.

 

Na de begrafenis van vader Jakob is er iets voorgevallen wat Jozef heel erg bedroefd maakte. Zó erg zelfs dat hij zijn tranen de vrije loop liet in het bijzijn van anderen. Het volgende was namelijk gebeurd. Toen de broers van Jozef vader Jakob hadden begraven werden ze bang. Ze dachten: ‘17 jaar hebben we in voorspoed mogen leven in het land Egypte onder de hoede van onze broer, de onderkoning, maar nu vader overleden is, gaat Jozef zich misschien op ons wreken en ons al het kwaad ten volle vergelden, dat wij hem hebben aangedaan.’

Erger nog, achteraf bleek, dat zelfs de oude Jakob er helemaal niet gerust op was dat Jozef zijn broers werkelijk van harte had vergeven.

 

De broers zonden Jozef een boodschap met de volgende inhoud: “Uw vader heeft vóór zijn sterven geboden: zo moet gij tot Jozef zeggen: och, vergeef toch de overtreding uwer broeders en hun zonde, want zij hebben u kwaad aangedaan. Nu dan, vergeef toch de overtreding der dienaren van de God uws vaders” (Genesis 50:16-17).

Uw vader zeggen ze, met andere woorden, wij durven ons geen broers van je meer te noemen. Postuum, na zijn dood, richt Jakob zich nogmaals tot Jozef en zegt: “Och, vergeef toch de overtreding uwer broeders en hun zonde.” Jakob is er dus 17 jaar vanuit gegaan –mogelijk onbewust- dat Jozef zijn broers niet werkelijk vergeven had. Hij heeft argwaan gekoesterd tegen Jozef, dat bleek nu achteraf. Dat maakte Jozef zo verdrietig dat hij erom huilde. Hij moet zich plotseling erg eenzaam gevoeld hebben.



Dát is wat argwaan doet, het maakt eenzaam. Niet alleen degene die argwanend is, vereenzaamt, maar ook degene die niet vertrouwd wordt.

 

De broers waren met zeer veel overleg te werk gegaan. Eerst stuurden ze Jozef een boodschap met de woorden van vader Jakob. Ze namen de nederige houding aan van niet zelf komen, maar een boodschapper sturen. Deze handelswijze had tevens het voordeel dat ze via de boodschapper konden vernemen hoe Jozef reageerde. Op basis van die gegevens konden ze hun verdere strategie ten aanzien van Jozef uitwerken.

 

Jozefs reactie was even verrassend als duidelijk: “… en Jozef huilde, toen men zo tot hem sprak.” Toen kwamen de broers zelf, wierpen zich voor hem neer en zeiden: “Zie, wij zijn u tot slaven. Maar Jozef zeide tot hen: Vreest niet, want ben ik in Gods plaats? Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden. Vreest dus niet, ik zal u onderhouden en ook uw kinderen. Zo troostte hij hen en sprak tot hun hart” Genesis 50:18-21).

 

Aan dit verhaal moest ik denken toen ik het onderwerp ‘liefde’ bestudeerde naar aanleiding van 1 Johannes 4. In vers 16 schrijft de apostel: “… en wij hebben de liefde onderkend en geloofd, die God jegens ons heeft.”

 

Jakob en zijn zoons hadden geen kans gezien de liefde van Jozef te onderkennen en erin te geloven. Dát maakte Jozef zo verdrietig en tot een eenzaam man in de familiekring. Zo kan het ook met ons gaan ten aanzien van God. We kunnen verzuimen Zijn liefde in Christus Jezus op te merken en erin te geloven. We komen dan niet tot rust in onze relatie tot God. We blijven een ‘afrekening’ verwachten en daarom leven we in voortdurende onrust en zien enorm op tegen de dag dat we God persoonlijk zullen ontmoeten.

 

“God is liefde”, vervolgt de apostel in hetzelfde vers. Dat betekent: Zijn natuur, Zijn wezen is liefde. Zelfopofferende, opbouwende, op de ander gerichte liefde. God heeft dus lief om Zichzelf. Niet omdat er schepselen zijn die het waard zijn om door Hem bemind te worden. God heeft die ‘aanleiding’, die ‘reden’ in de ander niet nodig. Hij heeft liefde voor ons, omdat Hij liefde is. Hij handelt dus naar Zijn aard. De vraag is echter: zien en geloven wij deze onvoorwaardelijke liefde die Hij ons schenkt in Jezus Christus?

 

Jozef was destijds in staat om Gods hand te zien in alles wat hem overkomen was. Hij zag Gods liefdevolle leiding in zijn leven en dat vervulde hem met zoveel dankbaarheid en liefde, dat hij zijn broers kon vergeven en in liefde voor hen kon zorgen. Hij kon -met Gods kracht- mensen liefhebben die allerminst aanleiding gaven om geliefd te worden. In dit opzicht was Jozef een beelddrager van Christus, de Grote Onderkoning, Die de Zijnen zou vergeven en onderhouden zonder dat ze daartoe aanleiding hadden gegeven. Integendeel, ze hadden Hem verworpen en aan het kruis laten slaan.

 

“Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag van het oordeel, want gelijk Hij is, zijn wij ook in deze wereld” (1 Johannes 4:17).

Johannes zegt hier dat de liefde bij ons pas tot volle ontplooiing is gekomen, als we niet meer bang zijn voor het eindoordeel. Zolang we nog als een berg opzien tegen de ‘eindafrekening’ hebben we Gods liefde niet begrepen.

 

Dan lijken we weer op die broers van Jozef die dachten dat ze zijn gunst moesten terugwinnen voor hun gruwelijke daad: hem als slaaf verkopen. Maar dat konden ze niet. Daarvoor was hun zonde aan Jozef te groot geweest. Dus wachtten ze in vrees de dag af dat vader Jakob zou sterven en Jozef officieel de leider van de familie zou worden.

Eenmaal zal Christus officieel Zijn erfdeel in ontvangst nemen en zullen wij als Zijn broers en zusters voor Hem geleid worden. Zullen we daar staan, bang, met grote schrik zodat Christus verdriet heeft over onze argwaan? Of zullen we Hem vrijmoedig tegemoet treden, stralend van vreugde omdat we Zijn liefde voor ons hebben gezien en geloofd? Moge dit laatste ons deel zijn, maar ook Christus’ deel, na alles wat Hij voor ons heeft gedaan!

 

“Want gelijk Hij is, zijn wij ook in deze wereld.” Christus is Gods Zoon. Hij was in deze wereld, maar Hij behoorde niet tot deze wereld. Zo zijn ook wij. Kinderen van God, die niet tot deze wereld behoren, maar ernaar uitzien om onze Koning, de Eerstgeborene, te ontmoeten en met Hem te leven.

 

Jozef is nooit een Egyptenaar geworden. Ook kon hij zeggen: zoals jullie zijn, ben ik in Egypte: een vreemdeling, op weg naar het beloofde land. Het boek Genesis eindigt met deze woorden: “… en hij (Jozef) werd in een kist gelegd, in Egypte.” Niet in een piramide. Bijna 400 jaar heeft die kist daar gestaan tussen de Israëlieten als een teken dat Jozef één van hen is gebleven, tot het einde toe.

 

“Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde” (vers 18).

Liefde en vrees gaan niet samen. Liefde houdt verband met genade en acceptatie. Wie vreest denkt echter nog in termen van afwijzing en straf. Johannes wil daarom dat we langdurig en diep nadenken over liefde, zodat de liefde van God zich in ons volmaakt, tot volle wasdom en ontplooiing komt en alle vrees voor afwijzing en straf uitbant.

 

Wie in vrees Christus tegemoet treedt, zonder vrijmoedigheid, koestert -mogelijk onbewust- nog steeds gevoelens van argwaan ten aanzien van Zijn karakter. Of zo iemand denkt nog steeds dat we Gods gunst kunnen verdienen door goed ons best te doen. Wie dat denkt onderschat de grootheid van onze schuld. Die ziet niet in hoe we volkomen onwaardig zijn om uit eigen kracht iets goeds te bewerken.

 

Maar de liefde verwacht het voor 100% van Gods genade en is dáárom vrijmoedig op de dag van het oordeel. Met ogen die stralen van vreugde zullen we onze Heiland tegemoet mogen treden. We zullen Christus eren, maar Hem ook onze liefde en dankbaarheid tonen. Een groots moment voor Hem, Die ons zó van harte heeft liefgehad!

 

Augustus 1983


Dagelijks leven met God...

Het kruis, een dwaasheid voor de wereld...

Het verbond om in vrede te leven...

God de schepper van Jacob, de Formeerder van Israel...