De vorige keer hebben we gezien dat er naast vele overeenkomsten ook een duidelijk verschil is tussen natuurlijke en geestelijke groei. Bij natuurlijke groei worden we meer en meer onafhankelijk van anderen.
Wij groeien van de totale hulpeloosheid en afhankelijkheid van een baby naar volwassenheid: een positie waarin we voor onszelf kunnen zorgen. Bij geestelijke groei ligt dat anders. Voor deze ontwikkeling geldt juist dat we ons steeds meer afhankelijk gaan voelen. Onze hoop ligt hier juist in totale verbondenheid met God en Zijn Woord.
Uit de Bijbel weten we dat satan probeert om volledig onafhankelijk van God te leven. Alle ruimte die hij krijgt gebruikt hij om zijn eigen wil te doen, zijn eigen weg te gaan. De mens heeft zich laten verleiden zijn voorbeeld te volgen. Kijken we naar Jezus: Hij leeft en werkt in totale afhankelijkheid van de Vader. Er is volkomen overgave aan de wil van God.
Als gelovigen staan we tussen deze twee uitersten in. Er is een natuurlijke neiging om onze eigen weg te gaan, maar er is ook een verlangen om de wil van God te doen. We hinken op twee gedachten. Wij zijn innerlijk verdeeld.
Geestelijke groei betekent dat we steeds minder deze innerlijke verdeeldheid hebben. Dat we meer en meer in volkomen overgave aan God leven. Dat Zijn wil de onze wordt; Zijn weg het pad dat wij willen gaan. Er ontstaat harmonie. Ons lichaam wordt een tempel waarin de Heilige Geest kan wonen en werken. Liefde gaat regeren in ons hart. Vrede en diepe innerlijke blijdschap worden ons deel. Dat is het leven zoals het geleefd behoort te worden. Dat is het voorbeeld dat Jezus ons heeft nagelaten.
Groei is een gave, een geschenk van God. Hij geeft de baby een maagje dat melk kan verteren en de moeder schenkt die melk. Groei is ook een opgave, er moet gedronken worden (voor sommigen een vermoeiende bezigheid, als de eerste honger is gestild!) Geen enkel kind kan zijn eigen groei bewerken door te slapen, te bewegen en te eten, want groei is een gave.
God heeft het als een schat in de schepping gelegd. Groei is ook een opgave, we moeten er iets voor doen. Er moet voldoende geslapen, gesport en gegeten worden om gezond te kunnen opgroeien. Het klinkt allemaal zo logisch bij natuurlijke ontwikkeling, maar bij geestelijke groei raken we af en toe behoorlijk in de war.
Geestelijke groei is een gave. God heeft Zich aan ons geopenbaard en wij hebben ons aan Hem overgegeven. Het gevolg is wedergeboorte; evenals de natuurlijke geboorte een groot wonder. Zoals na de natuurlijke geboorte het maagje van de baby melk kan opnemen en verteren, zo kunnen wij nu geestelijk voedsel tot ons nemen.
Bijbelse waarheden kunnen we leren opnemen en ons leren toe-eigenen. Petrus gebruikt dit beeld als hij zegt: “Legt dan af alle kwaadwilligheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij, en verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen tot zaligheid, indien gij geproefd hebt, dat de Here goedertieren is” (1 Petrus 2:1-3).
Geestelijke groei is ook een opgave; er wordt iets van ons verwacht. We moeten bijvoorbeeld bepaalde dingen nalaten, zoals Petrus dat uitlegt, en ons leren voeden met geestelijk voedsel. Niet als een wettisch systeem… ‘Ik moet weer zo nodig van alles!’ … maar als een natuurlijk proces dat volgt op de wedergeboorte.
“Indien gij geproefd hebt dat de Here goedertieren is”, zegt Petrus dan. Proeven betekent dat je een ervaring opdoet. Je kunt daarna ‘getuigen’ hoe het was. Als iets goed smaakt wordt het verlangen opgewekt naar meer.
Zo is het ook in ons leven met God. David vertelt in Psalm 34 dat hij eens in grote nood was in het paleis van een Filistijnse koning. Hij zegt in vers 7: “Deze ellendige hier riep en de Here hoorde. Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.” Dan zegt hij in vers 9: “Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt.” David had geproefd dat God goed was en dát motiveerde hem.
Als het betrokken zijn bij het proces van geestelijke groei een dorre last is geworden –dat kan gebeuren- dan moeten we ons de vraag stellen: hoe lang is het geleden dat ik Gods goedheid heb gesmaakt en gezien? We hebben misschien heel wat Bijbelkennis, geleerde teksten, gemaakte toepassingen, waardevolle geestelijke principes … maar het leven is eruit. We ervaren Gods nabijheid, Zijn liefde, zorg en bescherming niet meer.
De balans is zoek. Geestelijke groei is geen gave en opgave meer, maar alleen nog een dor systeem van dingen wel en niet doen. Uiterst vermoeiend en voor niemand aantrekkelijk. We gaan lijken op die nette, oppassende boerenzoon uit Lucas 15, die boos was op zijn vader omdat deze hem nooit een geitenbokje had gegeven om met zijn vrienden feest te vieren. Hij smaakte en zag de goedheid van de vader niet meer, hoewel deze spontaan reageerde met: “Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is het uwe.” We kunnen rijk en vrij zijn, maar desondanks het gevoel van rijkdom en vrijheid missen.
Dan wordt het tijd om eens even te stoppen met de dingen van alledag, hoe goed ze ook zijn. Zoals die oudste zoon eens even moest ophouden met hard werken om de dingen te zien zoals ze werkelijk lagen. Hij was geen arbeider die altijd maar moest werken voor een liefdeloze baas. Nee, hij was de zoon, de mede-eigenaar, en zijn vader had hem lief. Er was niets fout met de vader en ook niet met de boerderij; alleen met hemzelf. Hij moest de dingen op een nieuwe manier leren zien en beleven.
Zo kan het ook met ons gaan. We moeten beginnen met gewoon toe te geven dat ons geestelijk leven dor en droog is. Dat de balans tussen genieten en inspanning, tussen wat je krijgt en wat je doet, zoek is. Onze aandacht moeten we richten op God; Wie Hij is en wat Hij doet.
We moeten weer leren proeven dat God goedertieren is. Dat kunnen we ontdekken in ons eigen leven, of in het leven van een ander. Misschien is er een enkele tekst uit de Bijbel die ons aanspreekt. Daarover kunnen we in elk geval nadenken. Misschien is er nog een lied dat ons raakt, dat kunnen we zingen.
En zo lopen we eens over de ‘boerderij’ van ons geestelijk leven. We realiseren ons weer hoe rijk en hoe vrij we zijn. Op de wandeling komen we opnieuw langs het huis waar het feest in volle gang is … en plotseling ‘zien’ we de goedheid van de Vader in de wijze waarop Hij de jongste zoon heeft binnengehaald.
We krijgen Hem lief op een nieuwe manier. We willen naar binnen, relaties herstellen en deelnemen aan het feest. Later gaan we weer aan het werk, ogenschijnlijk net als altijd, maar in werkelijkheid … ánders.
Februari 1986