Siersteenlaan 480 te Groningen / 06-17984365 Iedere zondag welkom vanaf 10 uur

God de Schepper,

De afgelopen zomer heb ik stille tijd gehouden uit het boek Jesaja. In hoofdstuk 43:1 staat:


“Maar nu, zo zegt de Here, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, O Isra
ël : Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.”

Mijn oog viel op het zinnetje: “Uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, O Israël….”  Ik dacht bij mijzelf: is het een Hebreeuwse manier om iets dubbel te zeggen, of zit er meer achter een dergelijke uitspraak.


Een antwoord op deze vraag heb ik niet gekregen, maar ik ben er wel door gezegend dat ik hem geformuleerd heb. Het hielp me namelijk om met andere ogen hoofdtu 44:1,2 te lezen.


Daar staat “Maar nu, hoor, o Jakob, mijn knecht en Israël, die Ik verkoren heb. Zo zegt de Here, uw Maker en van de moederschoot aan uw Formeerder, die u helpt.”

Plotseling schoot het door mij heen: inderdaad…..God is de Schepper, de Maker van Jakob, maar Hij heeft zich toen niet teruggetrokken en deze Jakob aan zijn lot overgelaten.


Nee, God is uit Jakob een nieuw, een ander mens gaan formeren en die heeft Hij de naam Israël gegeven.


Van
de moederschoot aan is God met dat formeren bezig geweest. Het is een bijzonder troostrijke gedachte, vooral als je let op de betekenis van de namen Jakob en Israël. Jakob betekent volgens een bijbelcommentator onder andere: verdringer, onderkruiper, iemand die een ander de voet licht.

Israël betekent: degene die met God worstelt of regeert.


Jakob was eigenlijk niet zo’n sympathieke man. Hij vond zichzelf waarschijnlijk ook niet zo aantrekkelijk. Maar ja…….., ‘hij was nu eenmaal zo’.  Mag ik het eens met Gods woorden zeggen: Zijn schepper had hem zo gemaakt.  Dat klinkt wel even anders!

God is er heel duidelijk over in Jesaja 43 en 44: Ik ben Jakobs Schepper!


God is meer: Hij is ook Israëls Formeerder. God zag ook wel dat er heel wat aan Jakob mankeerde, maar Hij wil Jakob vormen, kneden tot een ander mens die de naam Israël kan dragen.

In Jesaja 44:23 staat “…..de Here heeft Jakob verlost en Hij verheerlijkt Zichzelf in Israël.”  Als we de verhalen lezen van Jakob, dan zien we, dat hij een gebonden man was.


Door zijn hebzucht, zijn slimmigheidjes en bedriegerijen leefde hij voortdurend met verstoorde relaties. Jakob moest verlost worden, en God doet dat. Uit de gebonden Jakob groeit langzaam de ‘vorst Gods’,  Israël.


Dat geeft God eer, dat verheerlijkt zijn naam. Want wie in de hemel, of op de aarde, is bij machte om een onsymphatieke man als Jakob lief te hebben, hem geduldig om te vormen tot een bevrijd mens, tot iemand die met God regeert?

Niemand dan God alleen kan dat!


De satan is machtig in het binden en verslinden, maar God alleen kan scheppen en herscheppen.

God is buitengewoon creatief in het scheppen; er zijn geen twee sneeuwvlokken gelijk, heb ik me laten vertellen. God is ook uiterst creatief in het formeren – en dan gebruik ik dit woord nu in de betekenis van herscheppen. God gebruikte een tweelingbroer, Esau, die zo anders was, en veel meer waardering kreeg van vader Isaäk.


God gebruikte ook een moeder, zie zó partijdig en kleingelovig was, dat ze haar Jakob ertoe aanzette om zijn blinde vader op een laaghartige manier te bedriegen. God liet dat allemaal toe en gebruikte het in zijn plan om te herscheppen.


Gods doel was niet een Jakob maar een Israël.


Een hebzuchtige oom, Laban, past ook in Gods plan. Al dat gedoe rond huwelijken van Lea en Rachel, de verdeling van het kleinvee, enzovoorts, de creatieve Formeerder gebruikt het allemaal tot één doel…….het laten afsterven van Jakob en het doen groeien van Israël.


Eén van de meest dramatische gebeurtenissen is de worsteling van Jakob bij de beek Jabbok. Christus, in zijn liefde, komt Jakob tegemoet en worstelt met hem. Begrijpen doen we het niet, maar duidelijk is het wel.


Zoals Christus eens Saulus op een dramatische manier tot staan bracht op de weg naar Damascus om hem te formeren tot een Paulus, zó versperde Hij Jakob de weg, in liefde, maar hardhandig.


Jakob was aan het eind van zichzelf gekomen.


De profeet Hosea* vertelt ons dat Jakob gehuild heeft en gesmeekt heeft om genade. Hij heeft die genade gekregen; God heeft hem gezegend.

Jakob is nooit meer de oude geworden, want zijn heup was ontwricht. Hij liep de rest van zijn leven mank. Kreupel, hulpbehoevender dan ooit, zo ging hij zijn broer Esau tegemoet.


Jakob voelde zich toch al zo bedreigd door zijn broer die met 400 man onderweg was, maar nu was het helemaal hopeloos. Het verhaal van de worsteling bij de Jabbok eindigt in Genesis 32:31 echter als volgt:


“En de zon ging over hem op, toen hij door Pniël getrokken was (noot: Pniël betekent: Gods aangezicht) en hij ging mank aan zijn heup.”  “De zon ging over hem op……..”, dat zegt iets over de tijd. De nacht is voorbij, het is morgen.


Het zegt ook iets over hoe Christus, de Zon der Gerechtigheid, blijft waken over de moegestreden, kreupele bangerd die zich alweer bezighoudt met het opdelen va de karavaan omdat hij nog steeds niet weet of Esau hem wel of niet zal sparen.

“Geen leven dan door sterven”  las ik eens. Zo ook hier: Jakob komt in situaties waardoor hij meer en meer aan zichzelf afsterft, opdat de Israël in hem geformeerd kan worden. God is de Schepper van Jakob, de Formeerder van Israël. God is de Schepper van Simon en de Formeerder van Petrus. Hij is de Schepper van Saulus, maar ook de Formeerder van Paulus!


Een geweldige troost voor een ieder van ons. Wij zijn maar niet toevallig zoals we zijn, nee !, God heeft ons bewust zo geschapen. Wij zijn niet gedoemd om te blijven zoals we zijn, God wil dat we afsterven aan onszelf, zodat Christus in ons en door ons kan werken.


Opeens werd ik bijzonder gezegend door Jesaja 55:13: “Voor een doornstruik zal een cypres opschieten….”


God kan ons helemaal veranderen, van doornstruik tot cypres. Als ik zo de laatste 17 jaar van mijn eigen leven overzie, dan heb ik dingen zien veranderen. In de loop der jaren zijn er mensen naar mij toegekomen die zeiden: Gert jij bent weleens te hard, en vooral vroeger was je te hard.” Ik denk dan: ze hebben gelijk; er is teveel een doornstruik in mij geweest, die mensen verwonden kan en geen schaduw biedt.


Eigenlijk ben ik helemaal niet het juiste type om dit werk te doen. Dat moet iemand anders doen dan ik. Dan ga ik terug naar de bijbel, naar mijn roeping, en de beloften die God aan mij gegeven heeft.


Mijn conclusie is dan: toch heeft God het gewild, maar Hij wil dat Christus meer en meer gestalte in mij krijgt als de “altijd groene cypres”(Hosea 14:9).

Mijn Schepper en Formeerder, Hij zal dat in mij doen, tot zijn eer en tot zegen voor de mensen om mij heen.


Als ik met die gedachte naar de toekomst kijk is er hoop.  Er is hoop voor een ieder van ons als we onszelf willen accepteren zoals we zijn, omdat God onze Schepper is. Er is hoop als we geloven dat God alles doet medewerken ten goede – inclusief partijdige, ongehoorzame ouders, een ruwe broer, een gierige oom, een ontwrichte heup- om ons te herscheppen tot Israël, iemand die regeert met God.


“zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen” (2 Corinthiërs 5:17).


Het is goed onze Schepper en Formeerder te danken voor deze waarheid in ons leven.

 

* Hosea 12:5



Gert Doornenbal

 oktober 1981



Geestelijke groei, gave en opgave...

Een oase ligt in de woestijn...

Mens, waar ben je...

Plaats voor Gods beloften...