Weinig onderwerpen nemen in de bijbel zo’n centrale plaats in als het bloed. God vindt het dus belangrijk dat we daar veel vanaf weten en er ook uitvoerig mee bezig zijn.
Het begint al bij de poort van het verloren paradijs (Genesis 41). Abel, de eerste martelaar, brengt een bloedig offer. Als schaapherder zal hij ongetwijfeld extra liefde hebben gehad voor dieren. In geloof %u2011volgens Hebreeën 11:4- heeft hij zijn gevoelens van medelijden (en afkeer misschien?) overwonnen. Hij offerde een van de eerstelingen van zijn schapen.
Toen al, bij de eerste mensen, heeft God duidelijk gemaakt dat niemand Hem kon naderen zonder dat verzoening had plaatsgevonden. De bijbelse formule luidt: rein en onrein maakt alles onrein; heilig en onheilig maakt alles onheilig. Er moet scheiding blijven tussen de heilige God en de onheilige mens, tenzij… er verzoening heeft plaatsgehad. Pas dan kunnen we als ‘geheiligden’ voor Gods aangezicht komen.
Kaïn, hoewel religieus, was in feite een ongelovige. Hij kwam tot God zoals hij was, met een geschenk bij zich. God moest hem afwijzen, want God kan een mens niet aannemen zoals hij is, zelfs niet al heeft hij alles voor God over.
Je hebt misschien wel eens iemand horen zeggen “Als iemand er komt dan is dat wel onze…” (vul maar een naam in). Het klinkt zo logisch, maar hou je ook rekening met de heiligheid van God? Anders oordeel je en overleg je zoals de wereld dat doet, zoals Kaïn, niet zoals de bijbel ons dat leert.
Door het hele Oude Testament heen wordt er gesproken over het offeren van dieren; over de noodzaak dat er bloed vloeit. De eerste opgetekende daad van Noach op de ‘nieuwe aarde’ was het offeren van dieren. Daarmee kon hij verzoening bewerkstelligen. Genesis 8:21 beschrijft heel beeldend wat het effect was van deze daad: “Toen de Here de liefelijke reuk rook zeide de Here bij Zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens…
Dat wat een afschuwelijke stank geeft op aarde -brandend vlees- wordt in de hemel geroken als een liefelijke geur. Het wijst allemaal vooruit naar die ‘Grote Verzoendag’, die Goede Vrijdag, waarop zoiets ontzettends gebeurde op de aarde, dat zulk een geweldig effect had in de hemel: de verzoening van de zonde van de wereld.
Toen God op die ‘nieuwe aarde van Noach’ Zich een nieuw volk ging afzonderen -dat is: heiligen- moest op de berg Moria een ram sterven in de plaats van Isaak. Zo werd Isaak die zelf niet sterven kon, afgezonderd, geheiligd (Genesis 22).
Honderden jaren later, bij de uittocht uit Egypte (Exodus 12) laat God opnieuw zien hoe er alleen redding is door het bloed. De macht van de Farao zou in één nacht gebroken worden, doordat God alle eerstgeborenen in Egypte doodde.
Het volk Israël zou bewaard blijven voor deze ramp als het bloed van het paaslam gestreken werd op de deurposten van hun huizen. Wat een indruk moet deze eenvoudige daad van gehoorzaamheid gemaakt hebben op ieder gezinslid. “Inderdaad het bloed bracht verzoening, het bloed beschermde ons gezin voor een ramp“ zal men verbijsterd gezegd hebben.
Enkele maanden later bij de verbondssluiting bij de berg Sinaï wordt men nog persoonlijker betrokken bij de verzoening door het bloed. In Exodus 24:8 staat: “Toen nam Mozes het bloed en sprengde het op het volk en hij zeide: Zie het bloed van het verbond, dat de Here met u sluit, op grond van al deze woorden.”
De verzoening werd meer dan ooit een persoonlijke zaak -men werd persoonlijk besprengd- waar men persoonlijk op kon reageren door gehoorzaam de woorden uit het boek van het verbond te onderhouden.
Daarna is er ongeveer 1600 jaar dagelijks geofferd totdat Hij kwam, die door Johannes de Doper aldus werd voorgesteld: “Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.” (Johannes 1:29).
Voordat Jezus stierf aan het kruis als het Lam Gods heeft Hij persoonlijk het Heilig Avondmaal ingesteld. Bij de beker met de wijn sprak Hij deze woorden “… drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.” (Mattheus 26:28). Al 2000 jaar worden deze woorden in kerken en gemeenten over de hele wereld herhaald.
Ongeveer 4000 jaar voor Goede Vrijdag en meer dan 2000 jaar na deze ‘Grote Verzoendag’ wordt er gesproken over het bloed.
En wat leert de bijbel? Zelfs in de hemel zullen we spreken over het bloed! Openbaring 5 laat ons zien dat Christus nu geëerd wordt als het Lam, dat met Zijn bloed de heiligen voor God gekocht heeft uit elke stam, taal, volk en natie.
Dit alles toont ons hoe belangrijk in Gods ogen de verzoening is door het bloed van Christus. Het is nodig ons dit goed te realiseren, nu door zovelen de noodzaak van de verzoening door het bloed van Christus in twijfel wordt getrokken.
Wat betekent het praktisch voor mij om te weten dat ik ben vrijgekocht “… met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.” (1 Petrus 1:19)
1. Er is vrede tussen God en mij:
Door het offer van Christus is mijn schuld weg. De straf op de zonde is gedragen, dus staat er niets meer tussen God en mij in. Ik kan vrijmoedig tot God gaan, Zijn tegenwoordigheid zoeken, want alles van vroeger is vergeven en vergeten. Gevoelsmatig kunnen we daar soms moeite mee hebben, vooral als we ons ‘slecht’ en ‘zondig’ voelen.
We moeten echter leren deze gevoelens te overwinnen door de waarheid uit het Woord. Paulus, wat had hij niet een slecht leven achter de rug! Toch zegt hij vrijmoedig in Romeinen 5:1 “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus.”
Soms moeten we onszelf met een dergelijk bijbelgedeelte krachtig toespreken, om te voorkomen dat we de vrijmoedigheid verliezen om als kind van God naar onze hemelse Vader te gaan. Er is vrede tussen Hem en mij door het bloed van Jezus Christus.
2. Ik word voortdurend gereinigd:
Stel je een park voor met mooie bloemen en planten langs een drukke stoffige weg. Het park vervuilt, alles raakt meer en meer onder het stof. Maar in dat park bevindt zich een fontein die een gedeelte van de bloemen en planten constant besproeit. Dat deel van het park blijft prachtig schoon, groen en fris. Natuurlijk, de stofwolken bereiken ook de planten rondom de fontein, maar ze worden onmiddellijk weer schoon gesproeid. Als de fontein zou stoppen, zouden de planten er slecht aan toe zijn want hun natte bladeren zouden het stof niet meer kunnen kwijtraken. Maar de fontein stopt niet, die gaat altijd door!

In Zacharia 13:1 staat over de uitwerking van het offer van Jezus:
“Te dien dage zal er een bron ontsloten zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem ter ontzondiging en reiniging.”
Wat een prachtig beeld om je er steeds weer opnieuw bewust van te zijn volkomen gereinigd tot God te gaan. Juist in het licht van Zijn tegenwoordigheid kunnen we ons zo sterk bewust zijn van onze fouten en tekortkomingen. We kunnen echter onze zonden belijden en dan is God zo “getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” (1 Johannes 1:9).
De fontein sproeit al het stof en vuil weer van ons af en we zijn opnieuw fris en groen.
Wat heeft het bloed van Christus ons toch tot uiterst bevoorrechte mensen gemaakt! Wat is er reden tot diepe dankbaarheid!
“Het Lam dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en lof.” (Openbaring 5:20).
Gert Doornenbal