‘Een poos geleden ben ik geestelijk door een dal gegaan’, zei iemand onlangs tegen me. De oorzaak lag volgens hem in het feit dat hij een verkeerd beeld had van geestelijke groei. ‘Toen ik vijftien jaar geleden bij de Navigators kwam werd mij verteld dat je het goede en het kwade in je leven vergelijken kon met twee honden, een witte en een zwarte. Als je zorgt dat je de witte hond voedt en de zwarte laat uithongeren word je vanzelf geestelijk sterker.
Ik heb jarenlang met dit beeld geleefd, maar het werkte niet. Nog steeds denk ik dingen die ik niet wil denken. Wat mij beloofd was kwam niet uit; ik raakte geestelijk helemaal in de put. Geestelijke groei, bestaat dat eigenlijk wel, vroeg ik me af?’
Deze ontboezeming heeft me erg aan het denken gezet. Wat is geestelijke groei eigenlijk? Is het beeld van die witte en zwarte hond bijbels of onbijbels? Wat stel ik me persoonlijk voor bij geestelijke volwassenheid? Allerlei vragen kwamen op mij af, die mij dwongen om bekende Bijbelgedeelten opnieuw te overdenken.
Allereerst dat beeld van die witte en zwarte hond. Ik geloof niet dat het beeld zonder meer fout is. Immers in Galaten 6:7-9 staat: “Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten. Laten wij niet moede worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen.”
Wél treft het mij hoe opvallend beperkt dat beeld van die twee honden is. Er zijn zoveel terreinen waarop we de geestelijke strijd moeten voeren, dat we beter kunnen spreken van een kennel witte en zwarte honden. Dat maakt de situatie aanmerkelijk ingewikkelder. Terwijl je bijvoorbeeld bezig bent de ‘witte hond’ van de mededeelzaamheid te voeden en de ‘zwarte hond’ van de zelfzucht bij de voerbak weg te houden, komt stiekem de ‘zwarte hond’ van de hoogmoed zijn portie uit de bak stelen. Daar sta je dan… je bent jezelf opnieuw tegengevallen. Paulus riep eens radeloos uit: “Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” (Romeinen 7:24).
Omstandigheden kunnen naar het schijnt nieuwe zwarte honden aan de kennel toevoegen. Je denkt bijvoorbeeld dat je gevoel van eigenwaarde niet afhangt van je positie in de maatschappij. Plotseling word je werkeloos. Een uitkering! Het solliciteren wil maar niet lukken… Langzaam bekruipt je de angst dat niemand je meer nodig heeft. Je wordt onzeker, zwaarmoedig; misschien wel jaloers. Zwarte honden worden wakker waarvan je het bestaan in je leven niet vermoedde.
Dat beeld van die twee honden is nog op een andere manier misleidend. Je krijgt bijna automatisch de indruk dat het een kwestie van tijd is en de witte hond is sterk en de zwarte hond is voorgoed overwonnen. Is dat een beeld van de werkelijkheid? Veelal niet. Er zijn zwakheden en zonden die zó hardnekkig zijn, dat we ons leven lang uit de kracht van Gods Geest ertegen moeten blijven strijden om niet (opnieuw) in slavernij te raken. Conclusie: voorbeelden hebben hun beperkingen; het voorbeeld van de witte en zwarte hond vormt daarop allerminst een uitzondering.
Wat stellen we ons voor bij geestelijke groei? Welk beeld hebben we van een geestelijk volwassen man of vrouw, die zogenaamde ‘terebinten der gerechtigheid’ uit Jesaja 61? We denken gemakkelijk aan sterk zijn, minder afhankelijk, veel weten en kunnen; kortom: iemand die het alledaagse leven van uitglijden, vallen en opstaan is ontgroeid. Met dit beeld voor ogen kunnen we er tegenop zien ‘geestelijke reuzen’ te ontmoeten. Mensen die zich het nietige getob waarmee wij ons bezighouden slechts met moeite nog kunnen inleven. Deze gedachte maakt ons in hun nabijheid schuw en terneergeslagen.
De Bijbel leert echter heel wat anders over geestelijke groei. Een geestelijk mens wordt in toenemende mate vervuld met de Geest van Christus. De Geest van liefde, ontferming, geduld en ware nederigheid. Kenmerkend voor de zogenaamde ‘geestelijke reuzen’ is dus dat ze juist wél begrijpen wat we doormaken. Van Jezus wordt gezegd in Hebreeën 4 dat Hij een Hogepriester is, Die kan meevoelen met onze zwakheden omdat Hij in alle dingen op dezelfde wijze als wij is verzocht geweest. Elke vorm van geestelijke strijd heeft Hij gekend.
Christus begrijpt dus wat we doormaken. Hij behaalde wél voortdurend de overwinning, maar dat maakte de strijd niet minder intens. Kenmerkend voor geestelijke groei is dus niet het afnemen van de geestelijke strijd. Het is juist een teken van geestelijke volwassenheid dat we het bestaan van een voortdurende strijd erkennen en vrijmoedig tot Christus gaan om hulp.
Waarom hebben we zo gemakkelijk een verkeerd beeld over geestelijke groei?
De oorzaak ligt mijns inziens onder meer in het feit dat er een wezenlijk verschil is tussen
natuurlijke groei en geestelijke groei. In ons natuurlijke leven is het normaal dat we groeien van de totale hulpeloosheid en afhankelijkheid van een baby naar volwassenheid: een positie waarin we voor onszelf kunnen zorgen. Bij geestelijke groei ligt dat anders. Kenmerkend voor deze ontwikkeling is dat we ons juist steeds meer afhankelijk gaan voelen. De strijd is zó wisselend en complex, dat we onze toevlucht moeten zoeken in totale verbondenheid. Totale verbondenheid met God en Zijn Woord.
Om ons tot deze totale afhankelijkheid en verbondenheid met Hem te stimuleren laat God moeilijkheden en tegenslagen toe in ons leven. Hij weet op een bijzondere manier zwakheid en kracht in ons leven te verbinden. Niet na elkaar, zo van: vroeger voelde ik me zwak, maar nu voel ik me sterk.
Nee, God laat zwakheid en kracht tegelijk bestaan als twee zaken die met elkaar verweven zijn. In 2 Corinthiërs 12:10 zegt Paulus: “… als ik zwak ben, dan ben ik machtig.” Op het eerste gezicht lijkt deze uitspraak tegenstrijdig. Als je zwak bent, dan ben je juist niet machtig, maar afhankelijk en kwetsbaar. Vers 9 geeft de verklaring van de schijnbare tegenstelling: “Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.” Juist in zwakheid zien we de noodzaak voor verbondenheid met God en dát maakt ons sterk.
Zwakheden, tegenspoed en teleurstellingen kunnen dus geloofsversterkend werken, als we er geestelijk op reageren. Hoe duidelijker we onze zwakheden willen erkennen, des te vuriger kunnen we ons geloof tot God richten om hulp.
Geestelijk volwassen mensen worden gesierd door ware nederigheid. Als ze ergens in uitblinken dan is het in hun besef alles van God te moeten verwachten vanwege eigen hulpeloosheid en onwaardigheid. Merkwaardigerwijs verlamt dit besef hen niet tot passiviteit. Ze zijn actief, maar… in verbondenheid met de bron van geestelijke kracht!
In Romeinen 8:13 staat: “… maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.” Wij moeten dus iets doen, dóór de Geest. Een balans vinden in deze samenwerking, in deze wederkerige afhankelijkheid, is een persoonlijk mysterie. Het geheim van geestelijke groei.
Studie door Gert Doornenbal