Kroonprins Jonathan, de zoon van Saul, was een bemind man met een groot geloof.
Geschikt om later het volk van God te regeren. Eens stak hij samen met zijn wapendrager over naar de wachtpost van de Filistijnen en bond alleen de strijd met hen aan.
Dat was het begin van een geweldige overwinning voor Israël. Jonathan sprak vóór zijn vertrek deze opmerkelijke geloofsbelijdenis uit: “Misschien zal de Here voor ons handelen, want de Here kan evengoed verlossen door weinigen als door velen” (1 Samuel 14:6). Maar Jonathan zou nooit koning kunnen worden. In de volgende hoofdstukken lezen we dat Saul zich van God afkeert en Zijn bevelen niet uitvoert. Saul wordt door God verworpen en de herdersjongen David wordt in stilte tot koning gezalfd.
Zo leefden er in die dagen twee godvrezende troonpretendenten: de kroonprins Jonathan en de door God gezalfde herdersjongen David. Hoe zou God dit probleem oplossen? Immers, in die dagen was het de gewoonte dat als een nieuw koningshuis aan het bewind kwam, het oude koningsgeslacht met wortel en tak werd uitgeroeid. Dat zou dus de ondergang van de godvrezende Jonathan en zijn nageslacht betekenen.
Opnieuw is er oorlog tussen Israël en de Filistijnen. De legers liggen tegenover elkaar, gescheiden door een dal. Dagelijks komt de reus Goliath het dal binnenlopen en hoont de God van Israël. De godslasteringen snijden de godvrezende Jonathan door zijn ziel, maar het ontbreekt hem aan geloof om deze reus tegemoet te treden en te verslaan. Als de herdersjongen David op bezoek komt bij zijn broers en het gehoon van de reus hoort is hij diep verontwaardigd. Hij is vastbesloten om in geloof de eer van God te verdedigen.
David verstond de kunst van het slingeren en God gebruikte dit om David te overwinning te geven. De mond die dagelijks godslasteringen bralde was voorgoed verstomd. Opmerkelijk is de reactie van Jonathan. Hij bemerkte bij David oprechte liefde voor God en een groot geloof om voor Zijn eer op te komen. De kroonprins kreeg zo’n diepe genegenheid voor deze herder uit Bethlehem dat hij een verbond met hem sloot: “Jonathan sloot een verbond met David, omdat hij hem liefhad als zichzelf” (1 Samuel 18:3).
Liefde verheven tot een rechtsverhouding
Het sluiten van een verbond is in de Bijbel een heel belangrijke zaak. Ik wil graag vertellen wat ik hierover geleerd heb. De grond en de bron van een verbond worden gevormd door liefde. Jonathan had David lief als zichzelf. Het was deze liefde die aan het verbond voorafging en de mannen deed besluiten tot deze belangrijke stap. Door het sluiten van een verbond voor het aangezicht des Heren kom je heel anders tegenover elkaar te staan. De liefde is nu verheven tot een rechtsverhouding (Professor Pop in zijn boek ‘Bijbelse woorden en hun geheim’). Er zijn heilige waarborgen aan verbonden. Liefde kan tijdelijk en vrijblijvend zijn. Je kunt bijvoorbeeld iemand op een bepaald moment liefhebben en van alles voor die persoon willen doen. Later neemt je genegenheid voor die persoon echter af en daarmee ook de offers die je voor haar of hem wilt brengen.
Bij het sluiten van een verbond gaat dat anders. De grond is liefde, men doet het op basis van vrijwilligheid, maar daarna is men elkaar trouw verschuldigd. Anders gezegd: er is sprake van liefde-in-continuïteit; bijstand-met-de-daad, wanneer dat maar nodig mocht zijn. Beide mannen hebben veel aan hun verbond gehad. Toen
Saul David vervolgde en probeerde te doden, zocht David hulp bij de kroonprins. Dat zou normaal ondenkbaar zijn geweest, maar vanwege hun verbond kon dat. David kwam niet om genade smeken bij Jonathan zonder enige grond, nee, hij deed een beroep op Jonathans trouw. Ze hadden immers voor Gods aangezicht een verbond gesloten dat ze elkaar zouden bijstaan in goede en kwade dagen.
Later zijn de rollen omgekeerd. Jonathan weet nu ook dat David koning zal worden in zijn plaats. Nu is hij de zwakkere partij en hij doet een beroep op Davids trouw op basis van het verbond. De mannen spreken af dat ze elkaar zullen helpen. David zal koning worden en Jonathan zal direct onder hem staan. Hij en zijn geslacht zullen niet uitgeroeid worden, zoals dat gebruikelijk was in die dagen.
Was een verbond eigenlijk wel nodig? Hadden Jonathan en David er niet genoeg aan dat ze van elkaar wisten dat ze elkaar liefhadden? Nee, want het sluiten van een verbond is meer. Liefde kan bekoelen, maar als er een verbond gesloten is, dan kan men een beroep doen op de goedheid, de trouw, de loyaliteit van de verbondspartner. Men sloot een dergelijk verbond “… voor het aangezicht des Heren”, dat betekent dat God voor de machteloze zal opkomen als de andere partij de overeenkomst verbreekt. Door het verbond ontstond tussen het geslacht van David en het huis van Jonathan ‘sjaloom’, vrede. Dat is meer dan de afwezigheid van oorlog. Het betekent dat er betrouwbare, opbouwende relaties zijn. Dat men ten opzichte van elkaar in een bevoorrechte positie verkeert.
Wat een prachtig beeld van het huwelijk. De grond en de bron van een huwelijk zijn liefde. Liefde beweegt de partners ertoe een speciale overeenkomst aan te gaan, een rechtsverhouding met heilige waarborgen. Na het ‘trouw-en’ kun je ieder moment terugvallen op elkaars trouw. Er is vergeving mogelijk, een nieuw begin, want je hebt beloofd voor het aangezicht des Heren om voor elkaar te zorgen en voor elkaar op te komen in goede en kwade dagen. Met deze zekerheid kan een gezin in vrede leven.
Dit verhaal is óók een beeld van de relatie die God zoekt met ons. Zelfs God heeft wegen gezocht om Zijn liefde te verheffen tot een rechtsverhouding. Met Abraham bijvoorbeeld sloot Hij een verbond. Moet je voorstellen: de eeuwige God sluit een verbond met een mens. Hij zegt niet: Je kunt op Mijn liefde rekenen, vertrouw Mij maar. Nee, God verheft deze liefdesband officieel tot een verbond, waaraan heilige waarborgen verbonden zijn. Abraham kan in moeilijkheden een beroep doen op Gods trouw. Abraham en zijn nageslacht konden tot het verbond toetreden door de besnijdenis. Dat was het teken dat men die speciale rechtsverhouding met God wilde aangaan.
Later sluit God een verbond met het volk Israël. Dat gaat gepaard met heel veel ceremonieel op de berg Horeb. God belooft het volk dat ze altijd op Zijn trouw kunnen rekenen. Hij wordt hun verbonds-God. Er zou een altijddurende ‘sjaloom’ zijn tussen Jehova en Israël, als ook zij trouw zouden blijven aan het verbond. Want het volk, van zijn kant, moest trouw betonen door de wet te houden. Hen, die dat deden, noemt de Bijbel: de getrouwen, de gunstgenoten, de rechtvaardigen. Zij die de wet niet hielden heten: de trouwelozen, de overspeligen. Later is het allemaal fout gegaan. Israël wordt keer op keer ontrouw aan de Here, hun verbonds-Partner. God stuurt profeet na profeet om zijn volk te waarschuwen, maar het helpt niet. Het oude verbond heeft dus een tragisch einde.
De profeet Jeremia voorspelde echter dat God in Zijn liefde een nieuw verbond zou sluiten, nog rijker, nog kostbaarder dan het vorige. Deze profetie ging in vervulling toen Jezus op aarde kwam. De engelen voorspelden: ‘sjaloom’, vrede op aarde, tussen God en de mensen die tot het nieuwe verbond zouden toetreden, de mensen des welbehagens.
Tijdens de instelling van het Avondmaal zegt Jezus bij het uitreiken van de beker met wijn: ‘Want dit is het bloed van Mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.’ Er is een nieuw verbond, waaraan we als mensen deel kunnen hebben door het geloof in Jezus Christus.
Zekerheid
God wil vooral niet dat wij twijfelen aan Zijn liefde. Hij heeft in Christus Zijn liefde opnieuw verheven tot een rechtsverhouding. Er is bij God dus geen sprake van grilligheid of willekeur, zoals de heidenen vrezen bij hun goden. Als wij tot God naderen in Jezus Christus kunnen wij een beroep doen op Zijn trouw. Toen ik dit besefte kreeg 1 Johannes 1:9 een nieuwe glans: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
God weet dat Hij een verbond is aangegaan met zwakke, zondige mensen. Daarom heeft Hij in dat verbond regelingen opgenomen, die het mogelijk maken om met Hem te leven. Eén regeling is dat we vergeving en reiniging kunnen ontvangen als we onze zonden belijden.
Het nieuwe verbond staat echter vol met beloften en garanties waarop we aanspraak kunnen maken. In 1 Corinthiërs 10:13 staat bijvoorbeeld dat we geen bovenmenselijke verzoekingen te doorstaan hebben ‘… want God is getrouw…’ Hebreeën 4:16 zegt dat we in Christus vrijmoedig tot God mogen gaan om hulp te verkrijgen, ieder moment dat we het nodig hebben. Vul zelf verder maar aan.
Het Nieuwe Testament … wat een geweldig Verbond! En dat wordt ons in Christus allemaal gegarandeerd door de liefde en trouw van God. Gefeliciteerd!
Gert Doornenbal
november 1982