De vorige keer maakten we al het onderscheid tussen natuurlijke liefde en geestelijke liefde. Met natuurlijke liefde bedoelen we de liefde tussen man en vrouw, ouders en kinderen, vrienden en vriendinnen, die God in de schepping gelegd heeft.
De geestelijke liefde wordt ons geopenbaard door de Bijbel. In onze taal gebruiken wij het woord liefde in meer dan één betekenis. Dat geeft soms verwarring. In het Grieks heeft men drie woorden voor het begrip liefde: eros, philia en agapè. Eros, waar ons woord erotiek van afgeleid is, gebruikt men speciaal om de seksuele liefde mee aan te geven. Philia is het algemene woord voor gevoelsliefde. Het heeft de betekenis van: veel houden van, iemand graag mogen, je sterk tot iemand aangetrokken voelen. Agapè geeft de Bijbelse, de geestelijke liefde weer.
Natuurlijke liefde; een gave van God
In onze ijver om de geestelijke liefde te leren kennen en toepassen mogen we niet de fout maken op de natuurlijke liefde neer te zien als iets minderwaardigs; als liefde die van de wereld is en niet van God. Dat is onjuist. God heeft in Zijn wijsheid en zorg deze natuurlijke liefde in de schepping gelegd als een kostbare schat voor ons mensen. Het is voor ons emotionele leven van groot belang dat we opgroeien met relaties waarin deze natuurlijke liefde tot groei en bloei komt. Dit geldt uiteraard in het bijzonder voor het huwelijks- en gezinsleven.
Wat zijn opmerkelijke verschillen tussen de zogenaamde natuurlijke en geestelijke liefde? De natuurlijke liefde wordt gevoed door sympathie voor de ander. Het is een liefde die uitgaat naar degene die we het waard vinden. Het is een gevoelsliefde die wil bezitten. Dat klinkt negatief, maar het is de werkelijkheid zoals God die in de schepping heeft gelegd. Immers, als iemand verliefd wordt op een jongen of een meisje, dan is het laatste wat die liefde wil: die ander afstaan. Hetzelfde geldt voor de liefde voor onze kinderen, kleinkinderen, vrienden, familieleden. Dat is heel natuurlijk.
Geestelijke liefde wordt gekenmerkt door geven
De geestelijke liefde, die ons in de Bijbel wordt geopenbaard, is van een andere aard. Het is een liefde die geeft; geeft aan diegenen die het soms helemaal niet verdienen. Deze liefde wordt niet gevoed door een gevoel van sympathie, maar is een besluit van de wil. God is de enige bron van deze liefde. Alleen door Hem te kennen, met Hem te leven, kan deze gevende liefde in ons groeien.
De Bijbel leert ons, dat deze geestelijke liefde een verkiezende liefde is. Met onze wil kunnen we de een verkiezen boven de ander, ongeacht ons gevoel. In Maleachi 1:2 zegt God: “Was niet Ezau Jakobs broeder?… Toch heb Ik Jakob liefgehad, maar Ezau heb Ik gehaat.” Een moeilijke uitspraak voor ons. Het betekent uiteraard niet:
Jakob vond Ik sympathiek en aan Ezau had Ik een hekel. Het betekent: Jakob heb Ik in mijn liefde uitgekozen en Ezau heb Ik op de tweede plaats gesteld. Dat was heel ongebruikelijk in die dagen. Normaal werd de eerstgeborene meer geëerd dan zijn jongere broer. God heeft echter Jakob uitgekozen om Zijn liefde aan ons te openbaren. Uit Jakob is uiteindelijk de Messias geboren. Ezau en zijn nakomelingen waren dus van Jakob en zijn nageslacht afhankelijk om God beter te leren kennen en door Christus verlost te worden.
In Lucas 14:26 zegt Jezus: “Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.” Ook hier betekent haten dus niet: een hekel hebben aan, bewust tekort willen doen, maar: op de tweede plaats stellen. Dat is een daad van de wil die gevende liefde kan volbrengen.
Christus wil dus dat we leren om ouders, vrouw en kinderen, ja zelfs ons eigen leven op de tweede plaats te stellen, om zó Hem de eerste plaats te kunnen geven. De natuurlijke liefde wil het omgekeerde, maar de geestelijke liefde stelt ons in staat daar verandering in te brengen. De geestelijke liefde is een liefde die kan afstaan. Alles wat ons van nature zo dierbaar is staan we af, stellen we op de tweede plaats, zodat we God boven alles kunnen liefhebben, met de liefde die we eerst van Hem hebben ontvangen. Een groot geheim, waar we in verwondering naar kijken en slechts stamelend over kunnen spreken.
God is de Bron
Zoals eerder gezegd: God is de Bron van deze gevende liefde. Het beeld van een bron spreekt mij persoonlijk erg aan. Het zegt ons niet alleen iets over de oorsprong van geestelijke liefde, maar ook over de onuitputtelijkheid ervan. Een bron symboliseert immers dat er steeds weer nieuwe voorraad opborrelt. Zo is het met de liefde van God. Dagelijks geeft Hij, zonder Zelf leeg te worden. Van een echtpaar werd eens gezegd: ‘Ze geven zich altijd maar en worden toch niet leeg, hoe kan dat toch?’
Het geheim moet liggen in het feit dat men dagelijks verbonden is met de Bron van liefde, God.
In Jeremia 2:13 zegt God: “Mij, de Bron van levend water, hebben zij verlaten, om zichzelf bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.” Deze tekst heb ik in mijn meditatie over liefde aldus vertaald: Mij, de Bron van liefde, hebben ze verlaten, om te proberen uit zichzelf lief te hebben, maar al spoedig bleek dat ze daartoe niet in staat waren. Onlangs las ik dat we op deze wereld per minuut voor één miljoen dollar aan bewapening uitgeven. Toen ik dat tot mij liet doordringen besefte ik op een nieuwe manier hoever onze wereld van de Bron van liefde is afgedwaald.
De Geest; een Bron van liefde in ons
In Johannes 7:37-38 zegt Jezus: “Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt: stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.” Hiermee kondigde Jezus de komst van de Heilige Geest aan.
Deze Geest van liefde, die we bij onze bekering ontvangen, kan in ons tot een bron van liefde worden. Zo kunnen wij in deze wereld de liefde van Christus leren verspreiden zonder zelf leeg te raken.
Saulus wordt een Paulus
Is op dit gebied een duidelijker voorbeeld denkbaar dan dat van Paulus? Vóór zijn bekering was hij een jonge, fanatieke Farizeeër, die weinig begrip had van wat liefhebben betekende.
Laat staan dat hij zich kon indenken wat het is om je –in gevende liefde- te ontfermen over mensen die het niet verdienen. Saulus van Tarsus gaf zijn genegenheid alleen aan mensen die het waard waren: Joden die de juiste leer hadden. Mensen die dwaalden doordat ze de leer van een zekere Jezus van Nazareth aanhingen konden niet op zijn ontferming rekenen.
Hij bestreed ze. Later ging hij deze discipelen van Jezus zelfs haten. Hij liet ze gevangen zetten en martelen. Dreiging en moord blies hij voor wie dat naar zijn inzicht verdienden.
Dan op een ‘kruistocht’ naar Damascus ontmoette hij Jezus, Die liefde is. In het licht van Zijn nabijheid bleek de geestelijke leider, Saulus, een bezetene, die het spoor van de godsvrucht volkomen bijster was.
Er gebeurde een wonder: Saulus komt tot volledige geloofsovergave en ook hij ontvangt de Geest der liefde. Een volkomen nieuw leven is het resultaat. Uit Saulus de christenvervolger groeit Paulus, de apostel der heidenen.
De belofte uit Jesaja 58:11 ging in zijn leven in vervulling: hij werd geestelijk een verkwikkend mens, als een “besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.” Zo krachtig is de vernieuwende werking van Gods Geest!
Studie door Gert Doornenbal