“Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke rank die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage” (Johannes 15:1,2)
“Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt” (Hebreeën 12:5,6)

Onze Vader snoeit en straft.
Zijn dit twee beelden voor hetzelfde proces, of is er een verschil? En als er een verschil is, kunnen wij het dan onderscheiden als we in moeilijkheden verkeren?
Deze vragen houden mij de laatste tijd bezig. Ik betwijfel of het altijd mogelijk is, precies na te gaan welke processen zich in ons leven voltrekken. Daar is het leven met God te complex voor.
Je kunt niet alle ervaringen analyseren en in een hokje plaatsen.
Dat neemt niet weg dat de bijbel wel degelijk een verschil maakt tussen beide processen. Ik ben blij dat iemand mij daar eens op attendeerde.
Aanleiding en doel zijn verschillend.
Als Jezus spreekt over het snoeien van de Vader, dan gebruikt Hij dat beeld met het oog op vruchtdragen. Er zijn goede vruchtdragende ranken, die gesnoeid worden, opdat ze nog meer vrucht kunnen dragen.
De aanleiding is dus positief .
Gesnoeid worden is een eer!
Je wordt daardoor uitgekozen als je het waard bent. God legt ons beperkingen op, brengt moeilijkheden in ons leven, met het doel dat we nog meer voor Hem mogen gaan betekenen.
Hetzelfde doen wij bijvoorbeeld met een heel sportief kind, dat zich aan allerlei soorten sport geeft. We beperken de keuze en laten het kiezen voor een of twee soorten sport, zodat het daarin veel meer kan bereiken.
Voor het kind misschien een onprettige ervaring maar het mag deze maatregel niet uitleggen als straf.
Als de schrijver van de Hebreeënbrief spreekt over tuchtigen en straffen dan is dat in verband met zonde.
De aanleiding is dus negatief.
Hij wekt de Hebreeën op om alle last en zonde, die ons zo licht in de weg staat af te leggen. Jullie hebben nog niet tot het uiterste weerstand geboden tegen de zonde, zegt hij en daarom word je – in liefde- verder door je hemelse Vader opgevoed; getuchtigd, gestraft.
De aanleiding mag dan negatief zijn, zonde, over het proces moeten ze wel positief denken, want het laat zien dat God hen als kinderen behandelt. Alleen kinderen worden opgevoed, slaven niet.
Er wordt ook niet gestraft uit vergelding, maar uit liefde tot het welzijn van het kind.
De geschiedenis van Job laat ons zien dat we verschil kunnen maken tussen snoeien en straffen.
De aanleiding bij Job was bijzonder positief. God zelf geeft dit getuigenis van Job: “niemand op aarde is als hij, zo vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad” (Job 1:8)
Wordt Job voor deze levenshouding gestraft? Natuurlijk niet!
Hij wordt gesnoeid, zo zelfs dat het de mensen om hem heen tot verbijstering brengt.
Jobs vrouw adviseerde haar man zelfs om God maar vaarwel te zeggen. De vrienden kwamen Job beklagen en ‘troosten’ met hun simpele theologie: God zegent de rechtvaardigen en Hij straft de zondaren.
Job wordt gestraft, dus hij heeft gezondigd.
De aanleiding is zonde, dat stond voor hen vast. In lange redevoeringen probeerden ze Job hiervan te overtuigen. Job wist beter en hield daaraan vast.
Hoe het proces begint en eindigt is verschillend.
Bij tuchtiging, straffen, is dus de aanleiding negatief. Er is een verkeerde houding en die moet gecorrigeerd worden. Als zonde de oorzaak is van moeilijkheden in ons leven, dan beginnen wij zelf als het ware het proces van tuchtiging doordat we zonde toelaten.
Wij kunnen dan het proces stoppen door ons te bekeren.
Bij snoeien ligt dat anders.
God neemt het initiatief, Hij bepaalt hoe ernstig we gesnoeid zullen worden en Hij bepaald het einde van het proces.
Van ons wordt hier geen bekering verwacht, maar volharding.
Snoeien heeft tot doel dat we ons steeds meer afhankelijk voelen van Christus en zijn kracht.
Niemand heeft daarover duidelijker geschreven dan Paulus. Hij werd niet gefrustreerd door al de problemen die zijn leven binnenkwamen, want hij zag in dit alles niet Gods straffende hand maar Gods snoeiende hand.
De moeilijkheden maakten hem niet tot een teleurgesteld mens die steeds meer in zijn zieleleven spitte, om zonden te ontdekken.
Integendeel, het richtte hem op Christus en zijn kracht, zijn leiding en zijn wijsheid.
Paulus gaat dan ook verder dan danken voor de moeilijkheden in zijn leven (en dat vinden wij al heel wat!)
Paulus zegt dat hij roemt in het snoeiproces van God.
Hij heeft een welbehagen in de beperkingen die God hem oplegt. Ongelooflijk!
In 2 Corinthiers 12:9,10 schrijft Paulus: “zeer graag zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want….als ik zwak ben, dan ben ik machtig.”
Wat een innerlijke motivatie om als rank vrucht te dragen voor de Landman.
Hoe ontdekken we het verschil?
God snoeit en Hij tuchtigt (straft). Beide processen zijn positief voor ons.
Bij snoeien is Gods doel: meer vrucht,
Bij tuchtigen is zijn doel: deel krijgen aan zijn heiligheid (Hebreeën 12:10)
Beide processen geven hetzelfde gevoel van lijden, je beperkt voelen, teleurstelling, smaad, zwakheid enzovoort.
Nog eenmaal de vraag: hoe weet ik nu of God mij snoeit of straft?
Ik besef dat bepaalde situaties erg complex zijn, omdat dingen door elkaar gaan lopen. We worden gesnoeid en daar reageren we niet goed op bijvoorbeeld. Door onze verkeerde houding komen we geestelijk in moeilijkheden (zonde straf dikwijls zichzelf!) en zo wordt het een complexe situatie.
Mag ik alle bescheidenheid toch een persoonlijke vraag ter overweging geven? De vraag is deze:
Is er zonde in mijn leven?
Zonde die ik als oorzaak zou kunnen aanwijzen van mijn huidige moeilijkheden? Wij kunnen God vragen of Hij dat aan ons duidelijk wil maken door zijn Geest. Dikwijls gebruikt de Geest het Woord om ons voor iets te waarschuwen.
Soms stuurt God iemand naar ons toe om ons te helpen of te vermanen.
Het is dus van het grootste belang dat we echt open zijn om gecorrigeerd te worden. God zal ons hierin zeker leiden. Immers, als God mij tuchtigt is bekering nodig, maar dan moet ik wel weten waarvan!
Als God snoeit moet ik leren volharden, maar dat vraagt om een goed geweten!
Daarom is gezond zelfonderzoek in dit soort situaties zo nuttig.
“doorgrondt mij, o God en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze weg is, en leidt mij op de eeuwige weg” (Psalm 139,23,24)
Als geen zonde ons belemmert, we open relaties hebben naar God, de bijbel en medegelovigen, dan kunnen we onze weg vrijmoedig vervolgen met het lied(!) van Habakuk:
“Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil.
De Here Here is mijn kracht:
Hij maakt mijn voeten als die der hinden, hij doet mij treden op mijn hoogten”(Habakuk 3:17-19)
Gert Doornenbal
april 1984