De branding is het moeilijkst te bevaren stuk van de zee, las ik eens. Elkaar tegenstrevende krachten stuiten daar opeen. Hoe kalm de zee ook moge zijn, de golfslag van de branding ontbreekt nooit. Het christenleven is varen in de branding van de levenszee.
Er is altijd de uitdaging van de golfslag en het gevaar op een zandplaat te lopen. Het leven met Christus wordt gekenmerkt door het enerzijds en het anderzijds, met het voortdurende gevaar uit balans te raken.

Enerzijds wordt het christen zijn gekenmerkt door het genieten en ontwikkelen van het nieuwe leven met God. Het lijkt wel of het niet meer op kan nu we die bevoorrechte positie hebben van het lid zijn van het goddelijk gezin. God is almachtig en zorgt voor ons. Hij is liefdevol en geeft ons alles wat we nodig hebben. “Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?” (Romeinen 8:31b en 32). Een oproep tot positief denken! Laten we genieten van het leven, ons huis, onze tuin, onze hobby’s. Laten we ons toeleggen op het ontwikkelen van wat we ontvangen hebben, onze talenten en de carrière die we kunnen maken. Het leven lijkt op het huppelen in de wei met een bosje pinksterbloemen in je hand op een stralende voorjaarsmorgen. Prijst de Heer!
Anderzijds herinneren de Bijbel en het leven ons eraan dat we als kinderen van God in een verloren wereld leven, zonder hoop. Het evangelie, de blijde boodschap van de verzoening in Christus, is het enige wat redding kan brengen. En God wil ons –Zijn kinderen- gebruiken om dit goede nieuws te verspreiden, ook al zit men niet bepaald op deze oplossing te wachten.
Jezus zegt in Johannes 20:21: “Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.” Wij weten hoe God Jezus gezonden heeft en wij weten wat het Hem gekost heeft om Zijn opdracht uit te voeren.
Paulus –de schrijver van Romeinen 8- laat in Handelingen 20:19 en 24 een ander geluid horen: “Gij weet, hoe ik van de eerste dag aan, dat ik in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder u verkeerd heb, dienende de Here met alle ootmoed, onder tranen en beproevingen, die mij overkwamen door de aanslagen der Joden… Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen.” Wat een ander beeld roept dit Bijbelgedeelte op, dan het huppelen in de wei op een stralende lentemorgen! In Openbaring 12:11 wordt in de hemel van de gelovigen gezegd: “… en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood…” Dat is het anderzijds van het christenleven.
De twee soorten rust
“Rust mijn ziel, uw God is Koning; heel de wereld Zijn gebied.” Deze regel van een lied dat ik op de lagere school uit het hoofd moest leren, komt nog dikwijls in mijn gedachten. Ik spreek mezelf dan toe met woorden als: “Gert, jongen, God is Koning, relax! God is Koning en nog wel over de hele wereld, dus het probleem dat je hebt valt er óók onder!” Rust mijn ziel… maar we weten dat er twee soorten rust zijn op aarde.
Enerzijds is er de rust die we vrezen, de rust van het kerkhof. De rust die het afsterven in zich draagt. Of –om een ander beeld te gebruiken- de rust rond het huis van de langslapers op een zonnige morgen terwijl iedereen al bedrijvig bezig is.
Anderzijds is er de rust waar we allemaal naar verlangen, de rust van het actief vertrouwen in God. Die kostelijke, opbouwende rust van het weten wat je roeping is, en je daaraan volkomen toewijden. Ook hier weer het enerzijds en het anderzijds dat ons bootje voortdurend in de branding van de levenszee doet varen.
Toen Jezus Zijn discipelen uitzond als –zoals Hij het Zelf noemde- arbeiders in de oogst verwoordde Hij het enerzijds en het anderzijds van een toegewijd christenleven als volgt: “Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven” (Mattheus 10:16). “Weest dan voorzichtig als slangen”, terecht, want als schapen midden onder wolven verkeren is een angstaanjagende gedachte. Als je het beeld goed op je in laat werken heb je de neiging om het laken over je hoofd te trekken en het bed niet meer te verlaten. Het leven is té riskant, té wreed. Anderzijds: “…argeloos als duiven”, terecht, want niemand minder dan Jezus Zelf zendt ons. En Hij is God. Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er. Deze gedachte doet je je bed uitstappen met een lichte nieuwsgierigheid hoe Hij aan de oplossing gaat werken. Het anderzijds.
Hoe leef je daar nu mee, met dat enerzijds en dat anderzijds van het christenleven? Hoe leef je nu dagelijks met de waarheid dat Christus ons verlost heeft, ons volkomen vergeven heeft en ons helemaal accepteert zoals we zijn. Ik mag zijn die ik ben! Ik behoef niet iedere morgen God gunstig over mij te stemmen door wat goede werken te doen als stille tijd houden… en ga het rijtje maar langs.
Hoe leef je nu met die vrijheid enerzijds en werk je er anderzijds aan dat je niet afglijdt naar een dor christenleven waar alle geur en fleur af zijn, waar de voldoening van ontwikkeling en vrucht dragen niet meer gekend wordt? Het wegzakken tot een niveau waar gemakzucht en zelfverwenning het hoogste goed worden.
Ik geloof dat we in de eerste plaats tot de erkenning moeten komen van het enerzijds en het anderzijds van het christenleven. Het volledig accepteren met je verstand, maar vooral ook met je gevoel, dat het geestelijk leven op aarde een varen in de branding is. Eerlijk dit feit onder ogen zien en je er dan in geloof volledig aan overgeven; speciaal gevoelsmatig! Een dergelijke beslissing moet gebaseerd zijn op geloof in God en ondersteund worden door onze persoonlijke toewijding. In zijn brief aan de gelovigen in Rome (Romeinen 5:1 en 16:26) spreekt Paulus over ‘gehoorzaamheid des geloofs’ Een houding gebaseerd op geloof, ondersteund door gehoorzaamheid en toewijding.
Hier lijkt het enerzijds en het anderzijds van het geloofsleven samen te komen. In de eerste brief van de Corinthiërs (1 Cor.13:11:) schrijft hij: “Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind.
Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was.” Alleen maar uitgaan van het ‘enerzijds van het christenleven’ kan een kinderlijke houding zijn.
‘Blij, blij, mijn hartje is altijd blij, want Jezus is een Vriend van mij…’ is een fijn kinderlied. Laten we het blijven zingen! Maar… er komen andere liederen bij. Geestelijke volwassenheid is dat je beide ervaart: het kinderlijke vertrouwen, de onbevangenheid en de ernst van de opdracht en de geestelijke strijd, het enerzijds en het anderzijds. van het leven als een kind van God.
Tenslotte nog dit: Dawson Trotman, de oprichter van De Navigators, stond bekend om zijn geloof. Hij daagde mensen uit om van God grote dingen te vragen ‘geen pinda’s’ zoals hij het uitdrukte. Ik heb Dawson niet persoonlijk gekend, maar aan zijn vrouw heb ik de volgende vraag gesteld: ‘Lila, wat is het verschil tussen een groot geloof en overmoed?’ Immers, God wil dat we een groot geloof hebben, dat eert Hem en het maakt ons bruikbaar in Zijn Koninkrijk. Maar Jezus zegt in Marcus 7 dat overmoed één van de slechtste dingen is, die uit het hart van de mens voortkomt en plaatst ze in het rijtje van hoererij, moord echtbreuk, boosheid enz.
Haar antwoord was even opmerkelijk als wijs: ‘Alleen door dicht bij God te leven kun je het verschil onderkennen.’
De branding is het moeilijkst te bevaren stuk van de zee, maar met Gods Zoon aan boord zullen we er veilig doorheen komen en behouden landen.
Studie door Gert Doornenbal
juni 1983