Kinderen en dronken mensen vertellen de waarheid, hoor je wel zeggen. Mag ik er eens een nieuwe categorie aan toevoegen?
Mensen die wachten!
Door de aard van mijn werk, wacht ik heel wat af in mijn leven. Het is een vast onderdeel van mijn tijdsbesteding.
Op vliegvelden en op stations, in hotels en gezinnen, overal moet ik wachten op aansluitingen of wachten tot men mij ophaalt en
naar het volgende adres brengt. Wachten kan een mens heel onzeker maken, vooral als je ergens beslist op tijd moet zijn en de persoon,
op wie je wacht, maar niet komt opdagen.
Als je dan in gezelschap van mensen bent, die de persoon kennen op wie gewacht wordt, ontstaat er zomaar over haar of hem in gesprek.
Is hij wel betrouwbaar? Kent hij de weg wel? Verstaat zij wel de taal voldoende om te begrijpen waar en wanneer ze ons zou ontmoeten?
Allerlei vragen worden gesteld, allerlei antwoorden gegeven.
Naarmate het wachten langer duurt, wordt men steeds openhartiger over wat men denkt en voelt. Mensen die wachten, vertellen je de waarheid.
Het laatste jaar heb ik veel nagedacht over mijn persoonlijke geloofsleven. Anders gezegd: over mijn dagelijks ‘wachten op God’.
In hoeverre vertrouw ik dat God mij zal leiden en helpen?
Hoe denk ik en spreek ik over God, terwijl ik wacht op bepaalde oplossingen die van Hem moeten komen?
Ik ben daar speciaal op gaan letten, erover gaan nadenken in mijn stille tijd. Ik merkte dat het mij zwaar kon vallen om van dag tot dag uit
geloof te leven. Het maakt me innerlijk zomaar onrustig en gespannen.
Dat is natuurlijk niet goed, maar door dat te zeggen heb je het probleem niet opgelost. Iemand vertrouwen kun je niet op bevel, zelfs
niet God vertrouwen.
Het is een proces waaraan je moet werken. Het is iets wat in je innerlijk moet groeien. Verleden jaar heb ik Jesaja 64:4,5 als ‘jaarvers’ genomen,
om daar speciaal mee te leven.
Een dergelijk bijbelgedeelte zet ik bovenaan op mijn persoonlijke gebedslijst, zodat ik er steeds weer aan herinnerd word om erover te bidden.
Er staat: “geen oog heeft gezien een God buiten U, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht.
Gij komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet, hun die op uw wegen aan u denken.”
Twee gedachten troffen mij speciaal in dit vers.
In de eerste plaats dat God in beweging komt als iemand op Hem wacht, het van Hem verwacht, zijn vertrouwen op God stelt en niet
op iets of iemand anders.
In Psalm 25:3 staat: “Ja, allen die U verwachten, worden niet beschaamd, beschaamd worden wie trouweloos handelen zonder oorzaak.”
De apostel Paulus herhaalt deze belofte in Romeinen 9:33 met deze woorden: “… en wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.”
We kunnen dus wachten met vertrouwen.
Het tweede wat me trof in mijn jaarvers is het zinnetje: “Gij komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet…” Met vreugde!
Bij gerechtigheid doen dacht ik voor mezelf heel speciaal aan: moeilijke dingen doen……in geloof. Moedig bepaalde projecten aanvatten
omdat ik geloof dat God het van mij vraagt, en dat Hij mij daarbij zal leiden en helpen. Wat me nu zo aansprak was, dat ik het met
vreugde moet doen.
Dàt vond ik de grote uitdaging, want van nature begin ik niet met blijdschap aan iets moeilijks. En wie wel? Als ik aan een moeilijk project
moet werken, of voor bepaalde problemen nog geen oplossing zie, dan den ik meestal: Ik zal blij zijn als het allemaal voorbij en weer goed is
afgelopen! “Ik zal blij zijn.”
Wanneer? Als alles weer goed is afgelopen.
Heel menselijk dat gevoel, vooral in donkere tijden. Toch zegt dit bijbelgedeelte iets anders. Hier wordt gesproken over iemand die al blij is vóórdat
God de oplossing gegeven heeft. Deze persoon kan met vreugde op God wachten, zó zeker is hij dat God tijdig zàl komen en zàl helpen.
Ik merk bij mezelf een steeds dieper verlangen om zó te mogen worden. Om iemand te zijn die te midden van onzekerheden en onopgeloste
problemen al blij kan zijn van binnen- ondanks moeite en zorg- omdat er een vast vertrouwen is tijdens het wachten, dat God kàn helpen en wil
helpen. Vandaag in vrede leven, met vreugde leven, is dat niet hèt kenmerk dat ik God vertrouw voor zijn leiding en hulp?
Andrew Murray zegt in zijn boekje ‘Wachten op God’ dat wij het wachten op God helemaal moeten leren.
Wat de natuur onbewust doet met de zon, moeten wij bewust aanleren met betrekking tot God. De natuur geniet onbewust van het zonlicht.
De bloemen richten zich naar het licht en genieten zo van de zonnestralen. Heel natuurlijk gaat dat. Wij moeten dat met betrekking tot Gods
genade helemaal leren. Wij kunnen zó opgaan in de nachtpitjes van eigen denken en doen, dat we vergeten de gordijnen open te schuiven en
het licht van Gods genade en goedheid volop naar binnen te laten schijnen.
Van nature gaan we niet in blij vertrouwen uitzien naar God. Integendeel. We beginnen meestal met een diepgewortelde argwaan die langzaam maar zeker moet wegsmelten, zodat er een blij en rustig vertrouwen voor in de plaats kan komen.
Het is dus een proces. Een verandering die zich in ons binnenste afspeelt en tijd vraagt. Het is iets wat God moet doen door zijn Geest.
Daarom moeten we God erom vragen of Hij ons zó wil leiden, zó wil vormen dat we van binnen anders worden. Dat het voor ons een
natuurlijke houding wordt om in alles God te verwachten. “U verwacht ik de ganse dag,” zegt David in Psalm 25:5.
De gedachte dat God het in ons moet bewerken, dat God het in ons moet bewerken, dat God ons van binnen anders moet maken, kan ons zomaar
een lijdelijke houding geven.
Je ziet veel christenen dan ook lijdelijk afwachten tot God hen zal veranderen. Men voelt zich niet betrokken bij het proces. Het zal te zijner tijd
wel over hen komen. De bijbel leert anders.
In Jesaja 64:5 staat ook: …hun die op uw wegen aan U denken.” Als je God wilt verwachten moet Hem verwachten op zijn wegen.
Dáár is Hij te vinden.
In Psalm 37:34 staan beide gedachten heel kernachtig naast elkaar: “Wacht op de Here en bewaar zijn weg, dan zal Hij u verhogen….”
De gezindheid om het van God te verwachten moet dus samengaan met een verlangen om Hem gehoorzaam te zijn. Kunnen wij volledig Gods wegen
gaan? Nee, daar schieten we steeds weer in te kort. Maar juist dat machteloze gevoel moet ons ertoe brengen te zeggen: “Heer, ik wil uw weg wel
gaan, maar ik kàn het niet!
Wilt U helpen, wilt U mij tegemoet komen. U verwacht ik de ganse dag.”
En zó gebruikt God onze onvolmaaktheid , onze beperktheid om Hem des te meer te verwachten. Zo groeit er ook een steeds persoonlijker band
tussen Hem en mij.
De manier van wachten laat zien in hoeverre we de persoon vertrouwen, op wie we wachten. Dat geldt in het dagelijks leven, het geldt ook in
onze relatie tot God. Weinig dingen kunnen God meer eren dan dat ik- zijn kind- met vrede en vreugde op Hem wacht. Daarmee toon ik mijn
vertrouwen in Hem. Dat zal anderen bemoedigen die met mij wachten.
Immers, waar het hart vol van is, daarvan spreekt de mond. Vooral in de gesprekken tijdens het wachten!
Onze ziel verwacht de Here,
Hij is onze hulp en schild.
Ja, in Hem verheugt zich ons hart,
Ja, op Zijn heilige naam vertrouwen wij (psalm 33:20,21)
Gert Doornenbal