Hier vindt u een overzicht van de zendelingen die we in hun werk ondersteunen.

Jaap en Swaantje Kooy zijn zendelingen en hebben wereldwijd gemeenten gesticht. Ze hebben gewerkt in 27 landen en zijn full-time werkers. God heeft Jaap en Swaantje 'aangestoken' met liefde en passie voor God.
Door die liefde van Christus werden zij gedrongen om de wereld in te trekken en het Evangelie te verkondigen. Het zijn mensen die een enorme liefde hebben voor mensen en verlangen ernaar om Gods liefde aan anderen door te geven.
Jaap heeft het boek geschreven: "Levensantwoorden door gebed" en Joke Tan heeft een bijzonder boek geschreven over het leven van Jaap en Swaantje:"Pioniers met Passie"; deze boeken zijn beide aanraders!"
Zolang de Here kracht geeft willen zij gehoorzaam blijven aan de opdracht "Ga dan heen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert hen onderhouden al wat ik u bevolen heb, en zie IK ben met u tot aan de voleinding van de wereld" (matth.28:19-20)
Klik hier om meer te lezen over het leven van Swaantje Kooij

Burkina Faso
Wie is Annie Snieder? Dat is niet in een paar woorden te vertellen.
Annie is een vrouw die ontzettend veel heeft meegemaakt in haar leven.
Annie is in 1996 naar Burkina Faso vertrokken en waarom? Omdat ze ervoer dat God het wilde.
Ze gaf alles wat ze bezat weg aan vrienden, bekenden en familie, liet haar beide –inmiddels volwassen- kinderen achter en vertrok naar Burkina. Ze wist niet waar ze terecht zou komen, wist niet wat ze zou gaan doen en had geen gemeente die haar ondersteunde. Alleen een groep vrienden die achter haar stond.
Voor alles wat ze nodig had vertrouwde -en vertrouwt- ze volledig op haar Vader, haar Papa, zoals zij Hem altijd noemt.
“Ik kan niets, alleen maar liefde geven”, is een veelvuldig gehoorde uitspraak van Annie. Net of dat niets is. Voor sommige mensen kan een heel klein beetje liefde net het verschil zijn tussen leven of zelfmoord plegen.
En liefde geven doet ze dus volop in Burkina, in het kleine dorpje Leo. Ze heeft inmiddels een groep van 13 kinderen om zich heen verzameld. Het zijn allemaal wezen, of door hun familie verstoten kinderen, die ze een liefdevol thuis biedt. Noem het vooral geen ‘weeshuis’, want dan gaat ze steigeren: “Het is geen weeshuis, het is een thuis.” Nog 4 kinderen staan op de nominatie om bij haar te komen wonen.
Een doodenkele keer is Annie teruggeweest in Nederland, niet omdat ze dat nou zo nodig wilde, maar omdat er geld was verzameld voor een vakantieperiode in Nederland, of zoals eind 2005, omdat ze dood- en doodziek was. Ze had -zonder het te weten- malaria en is enkele malen bijna dood geweest.
Het resultaat is wel dat ze nu geen Afrikaans voedsel meer tot zich mag nemen, dus is het weer heel spannend hoe Papa dit op gaat lossen voor Zijn kind.
Inmiddels heeft het kleine hutje waar ze woonde plaatsgemaakt voor een –voor Afrikaanse begrippen- mooi huis, met voor elk kind een eigen slaapkamer.
Regelmatig heeft ze haar hutje bij een ruilverkaveling op moeten geven, maar dit huis staat op het terrein van de inmiddels opgerichte Stichting Jesaja 58. De stichting is genoemd naar het Bijbelboek Jesaja, hoofdstuk 58, waar we o.a. lezen: “Noemt gij dat een vasten, dat een dag die de Here welgevallig is? Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken? Is het niet dat gij voor de hongerigen uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt?”
Bidden is voor Annie heel simpel, net zoals ze tegen jou en mij zou praten zo praat ze tegen Papa en op elk moment van de dag. Daar is geen speciaal plekje voor nodig, geen speciale tijd, gewoon zoals ze is legt ze alles wat haar bezighoudt aan Papa voor.
Annie ziet heel erg uit naar twee bekeerde christenen die haar kunnen helpen en op termijn haar taak kunnen overnemen, zodat zij zich geheel kan wijden aan het liefde geven aan de kinderen en aan de geestelijke strijd. Voor dat laatste is zij nu vaak te moe, terwijl het toch zo belangrijk is in een land vol occultisme, valse goden en toverij.
Samenvatting van het getuigenis dat Annie zelf heeft gegeven in onze samenkomst van 1 januari 2006:
“Tien ik 5 jaar was zat ik in de kerk en wilde al zendeling worden, tegelijk wist ik: ‘Daar ben ik veel te stom voor.’ En toch, toen ik 50 was was ik in Afrika.
Ik heb altijd naar God gezocht, maar ik ontmoette geen christenen die ik naar Hem kon vragen, zag evenmin een christelijk getuigenis thuis. Maar ik ging trouw naar de gereformeerde kerk.
Gedurende anderhalf jaar heb ik alleen maar al huilend Lucas 5:1-11 gebeden. Toen kreeg ik het boekje ‘Zeven tekenen der wedergeboorte’ van Wim Malgo in handen. Alle 7 vragen kon ik met ‘ja’ beantwoorden en in het boekje stond: Dan bent u een kind van God. Ik kon m’n geluk niet op, ik at de Bijbel als brood. Een half jaar lang was ik vol vuur.
Ik las Hebreeën 12:5-8: ‘… en gij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wien Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, dien Hij aanneemt. Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, dien zijn vader niet tuchtigt? Blijft gij echter vrij van de tuchtiging die allen ondergaan dan zijt gij bastaards.’
Intussen had ik me ook laten dopen. Mijn man zei: ‘Als je je laat dopen is ons huwelijk kapot.’ De dominee zei: ‘Als je je laat dopen zetten we je de kerk uit.’ Toch heb ik het gedaan.
Het werd steeds moeilijker. Ik kon niet meer bidden en zei alleen: ‘Heer leer me maar in m’n slaap en bescherm mijn kinderen.’
Stapje voor stapje heeft God me veranderd en Hijzelf heeft me bevrijd. Zo zei Hij bijvoorbeeld: ‘Koop een agenda en schrijf elke dag iets goeds op van die dag.’ Daardoor zag ik de leugens in mijn gedachten, want ik dacht dan bijv.: ‘Ik heb al dagen niet met iemand gesproken…’ En las dan in mijn agenda bij de vorige dag: Leuk gepraat met die en die.
Zo zei God ook: ‘Koop een hond.’ Want ik durfde niet naar buiten, maar door die hond moest ik wel naar buiten.
Als God iets zegt, moet je het niet alleen horen en ernaar luisteren, maar het ook doen wat Hij je zegt.
Belangrijke tekst voor mij: Psalm 37:3-4: ‘Vertrouw op de Here en doe het goede, woon in het land en betracht getrouwheid; verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.’
Vertel altijd alles aan de Here. Je kunt met Hem net zo praten als met een mens. Leer Hem vertrouwen en liefhebben. Kies ervoor het ook in de praktijk te brengen. God zei bijvoorbeeld eens tegen mij: ‘Geef je laatste 100 gulden weg aan die en die familie.’ ‘Maar Heer, ze zijn veel rijker dan ik, ze hebben een auto.’ God zei: ‘Ze denken dat ze arm zijn.’ Ik heb het dus gedaan en ’s middags lag er 200 gulden in mijn brievenbus.
God doet altijd wat Hij zegt in Zijn Woord. Ik zei tegen Hem: ‘Als U niet doet wat hier staat, dan scheur ik die bladzijde uit mijn Bijbel.’ Maar, Hij doet het altijd.
Het belangrijkste voor een mens om te leren is liefde. Je moet een besluit nemen om lief te hebben en dan niet als iets lekkers, iets sentimenteels, maar als iets heel wezenlijks.
Belangrijke teksten hiervoor: 1 Corinthiërs 13:1-8, hét hoofdstuk over liefde in de Bijbel en Galaten 6:9: ‘Laten wij niet moede worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten als wij niet verslappen.’”
Indien u Jaap en Swaantje Kooy, Annie Snieder of het kindertehuis van ELisabeth Syré een gift wilt geven voor hun werk dan kunt u dit overmaken op postbanknummer 9559712 ten name van Christengemeente De Ontmoeting te Groningen.
Wilt u zo vriendelijk zijn bij uw gift te vermelden voor wie de gift is bestemd? De giften zijn belastingaftrekbaar.

Elisabeth Syré is een evangeliste en komt uit Kaapstad, Zuid-Afrika. Ze is een bruggenbouwer tussen de Joden en de Christenen.
Elisabeth werd gedurende de Holocaust geboren in Hengelo (Nederland). Ze had drie broers en haar oudere zuster Jenny stierf op tragische wijze gedurende de bezetting van Holland door de nazi’s. Haar vader was manager in een grote fabriek. Hij was eveneens gemeenteraadslid en werd ooit gekozen tot burgemeester van hun stad, maar wees dit af vanwege zijn vele werkzaamheden. Gedurende de bezetting door de nazi’s werden haar vader en een medewerker met geweld meegenomen uit hun kantoor door de bezettende SS-soldaten en meegesleurd in een ‘dodentrein’. Dat was een trein die mensen vervoerde naar de concentratiekampen in Duitsland.
Daar hij een beetje Duits verstond hoorde hij de Duitse bewakers zeggen dat de trein na middernacht zou vertrekken. Hij besloot om, toen de bewakers niet keken, uit te trein te klimmen door een klein houten luik en verstopte zich onder de hoge, ouderwetse stoomtrein en kroop helemaal naar de locomotief, net buiten het perron. Niemand zag hem.
Om middernacht werd er op een fluit geblazen en de trein vertrok langzaam zonder hem. Hij was ontsnapt aan het verschrikkelijke dodenkamp en zijn medewerker kwam nooit terug. Moeder kon niet slapen die nacht en bad op de bovenverdieping van ons één verdieping hoge huis dat vader zou terugkomen.
Daar was hij dan en vanaf dat moment moesten wij ons schuilhouden omdat we geen papieren hadden en op de zwarte lijst stonden.
Vroeg in de morgen duwde moeder Elisabeths kinderwagen met al hun bezittingen er bovenop en vader liep, ter bescherming van zijn familie, 200 meter voor hen uit om niet samen met hen geïdentificeerd te worden.
Ze moesten hun mooie huis in de stad verlaten en liepen in geloof naar een onbekende bestemming waar ze veilig zouden zijn en die God hun zou wijzen. Zij hadden vele kilometers gelopen toen zij eindelijk een kleine boerderij bereikten, waar een gelovige baptistenfamilie woonde, ver weg van de lichtjes van de stad. Meneer en mevrouw Dilling kenden hen niet werkelijk en toch namen ze hen graag op in hun huis om hen te beschermen.
Er werd een speciale schuilplaats gebouwd onder de vloerplanken van de woonkamer. Wanneer de sirenes gingen en zware voertuigen naderden verborg de hele familie zich onder de planken vloer, terwijl de Dillings aan de eetkamertafel zaten met een kopje koffie.
Zij huilde als baby vaak omdat er bijna geen voedsel was. Daarom moesten ze haar onder de vloerplanken verbergen, zodat ze veilig was en niemand een baby kon zien of horen huilen. Dit duurde vele maanden tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vanwege een gebrek aan kalk en omdat er weinig voedsel was gedurende de Holocaust kreeg Elisabeth rachitis (een gebrek aan vitamine D) en de beenderen op haar hoofd (de fontanel) sloten zich nooit op de juiste manier. Een ander probleem was angst. Ze groeide op met een verschrikkelijke angst voor mensen, angst voor soldaten en angst om alleen gelaten te worden in het donker. Wat een zegen om vandaag de dag zo’n verschil te zien omdat de Heer haar leven veranderde.
Toen de Amerikaanse soldaten Holland bevrijdden waren er grote feesten. De broers van Elisabeth waren naar Engeland gevlucht en vochten bij de RAF in Japan, samen met de Engelse en Amerikaanse strijdkrachten. De vijfde mei was Bevrijdingsdag in Holland en de mensen dansten op de straten.
De eerste jaren van Elisabeths leven waren erg verdrietig omdat haar zusje Jenny zo tragisch gestorven was op jonge leeftijd en moeder daar nooit overheen kwam. Moeder was erg depressief en kon geen enkel geluid verdragen. Vader was sterk en gedurende de oorlog hielp hij 23 Joodse kinderen naar een veilige plaats; hij was lid van de geweldige ‘ondergrondse beweging’ die Joden naar de vrijheid hielp. Hij deed erg gevaarlijke dingen en riskeerde zijn leven om Joden te redden. Omdat hij toegang had tot het archief van het stadhuis haalde hij de papieren van alle Joden uit het bevolkingsregister en stopte ze in zijn bureau. Die namen konden de Duitse bezetters niet vinden. Hij verzekerde zich ervan dat de Joodse kinderen goed onderwijs konden krijgen en liet hen toe op de scholen waarvan hij voorzitter van het bestuur was.
Elisabeths grootouders hadden een groot huis met één verdieping in Borne in Holland en zelfs vandaag de dag, lang nadat zij gestorven zijn, kun je een schuilplaats zien in dit huis. Dat huis staat er nog steeds. De nieuwe eigenaars die er wonen hebben een menora neergezet voor de schuilplaats op de eerste verdieping.
Elisabeth werd grootgebracht in een baptistengezin met een grote liefde voor Israel en het Joodse volk. Ik begreep nooit waarom ‘opa’ grootvader zijn kleine familie bij elkaar riep in december en op een hoorn (sjofar) blies. Hij zegende ieder van ons die op bezoek was voor een maaltijd op vrijdagavond en sprak daarbij in een vreemde taal. Was het Hebreeuws? Nu weet ik dat dit het Chanoekafeest moet zijn geweest.
Ik wist ook niet waarom grootmoeder op vrijdagavond in Borne naar een klein gebouw, de synagoge genoemd, liep. Daarnaast gingen ze op zondag naar de kerk. Ik wist niet waarom ze speciale potten en pannen voor melk en speciale voor vlees hadden. Veel later, in Zuid-Afrika, riep een profetes me naar voren en zei: “Jij bent een ware dochter van Abraham. Ga op zoek naar je wortels.” Ze huilde en ik dacht dat dit wel erg vreemd was. Het was net alsof God zei: “Ga op zoek naar wie je bent en waar je vandaan komt.”
Vader gaf een paar jaar voordat hij stierf toe dat we van beide kanten van de familie afstammelingen waren van de Joden en drong er bij me op aan om, net als hij, altijd respect te tonen voor Israel en het lief te hebben.
Ik realiseerde me dat ik behoorde tot de vreemde groep van ‘verborgen Joden’ en dus groeide mijn liefde voor het Woord van God, omdat ik daardoor wilde ontdekken wie de God van Israel, die mij beschermd had gedurende de oorlog en de Holocaust, werkelijk was.