Siersteenlaan 480 te Groningen / 06-17984365 Iedere zondag welkom vanaf 10 uur

God is trouw

 

“God wil dat de mens geen onvruchtbaar leven heeft, maar een vruchtbaar leven.

Geen waardeloos, maar waardevol leven.

Geen negatief, maar een positief leven.

Geen liefdeloos, maar een liefdevol leven.

Geen ongelukkig maar een gelukkig leven”

 

Swaantje Kooy

Swaantje1

 

 

Net zoals vele Groningers ben ik opgevoed in een communistisch milieu. Mijn ouders waren ongelovig en gingen dan ook nooit naar de kerk.

Met m’n drie broers en drie zussen was het moeilijk rondkomen en mijn ouders waren dan ook bepaald niet rijk.

Nadat mijn ouders aanvankelijk drie kinderen hadden kwam ik zes jaar later als vierde: Swaantje Groeninga. Daarna kwamen de twee jongsten. Eigenlijk hadden mijn ouders nooit een dergelijk groot gezin gewild.

Daarbij was mijn moeder veel ziek en had ze mede door andere oorzaken weinig tijd voor ons.

Tussen mijn vader en moeder boterde het ook niet goed.

 

Ze hadden vaak ruzie waarbij ik dan m’n vingers in mijn oren stopten omdat ik het niet wilde horen. Ik kan me uit m’n jeugd niet herinneren dat ik veel liefde heb gehad.

Hetzelfde gold voor mijn broers en zussen. Sommigen leden hier erg onder. Mijn jongste broer plaste veel in bed. In de tuin kreeg hij dan van mijn ouders een emmer water over zich heen.

Ik kon dit moeilijk aanzien en had het heel moeilijk om alles te verwerken.

 

Oorlog.

Toen in 1940 de oorlog uitbrak was ik nog een klein meisje. Als er vliegtuigen overkwamen was ik doodsbenauwd. Dit soort dingen kon ik met mijn ouders niet bespreken.

Ik leefde erg eenzaam.  Ik leefde een onvruchtbaar leven en dacht negatief over mezelf.  Buiten mochten we met niemand praten over onze problemen in het gezin. Niet met familie, de buren en ook niet met de juffrouw op school. Ik hunkerde naar geluk. Later kreeg ik wel wat vriendinnen.

Als ik in een gezin kwam waar liefde heerste dacht ik: Waarom heb ik dat niet?

Het is een groot voorrecht als je gelovige ouders hebt. Ik zocht naar geluk en de zin van het leven.

 

Kerk.

Toen ik zestien was nodigde één van mijn vriendinnen me uit om mee te gaan naar haar kerk. Dat was helemaal nieuw voor mij. Ik deed in die dagen een beetje aan sport en hield van toneel maar kon daar toch geen geluk in vinden. Omdat ik bijna nooit door iemand werd uitgenodigd dacht ik: Waarom niet?

Je weet maar nooit.

Ik was wel nieuwsgierig en benieuwd hoe het daar in die kerk aan toe zou gaan. Toen ik daar in het hoge noorden in dat heel kleine kerkje binnen stapte keken alle veertig mensen me zo ernstig aan, dat ik daar niet gelijk jaloers op werd. En dan dat zingen. Hele noten.

Al met al had het veel weg van een begrafenis. Wat de dominee heeft gepredikt weet ik niet meer; het heeft blijkbaar weinig indruk op mij gemaakt. Het duurde wel een uur. Voor mij een eeuwigheid! Ik dacht: Dit is één keer, maar nooit weer. Dit is niets voor mij.

 

Familie Loermans.

M’n oudste zus woonde in die tijd in de stad Groningen. Ik ging dan wel eens bij haar op bezoek. Naast haar woonden Indonesische mensen, de familie Loermans. Af en toe nodigden zij ons uit om bij hen langs te komen. Ze waren heel lief; ik merkte dat ze anders als anderen waren; zij hadden iets speciaals! Je was er altijd welkom. Voor mij wat het een oase.

 

Nadat ik daar ongeveer een maand over de vloer kwam spraken zij over God met mij.  Dat hij van me hield. Ik zei: ik weet het niet. Ik weer niets van Hem, ik heb geen bijbel.

Hoe kan Hij van me houden? Na ongeveer twee maanden nodigden zij mij mee naar een pinkstersamenkomst in de stad Groningen. Ik dacht: ik ga maar mee, het zijn zulke lieve mensen.

Deze ervaring was zo heel anders als die van die andere kerk. Na de dienst, bij de uitgang gaf de voorganger mij een tekst mee: Johannes drie vers zestien. Ik was op zoek naar liefde. Hij vertelde mij: “Als jij de liefde van God wilt ervaren, moet je eens bidden. Goud houdt echt van jou”.

 

Bidden.

Toen ik thuis kwam, was ik alleen. Mijn zussen waren er niet. Ik dacht: Ik kan het proberen. Ik heb niets te verliezen. Tot nu toe heeft nog niets mij geholpen. Daar, alleen op mijn kamertje dacht ik: Hoe met je nu bidden? Ik begin maar gewoon met God te praten. Misschien is dat goed genoeg. Ik weet nog precies m’n eerste gebed: Ik zei:

“God ik weet helemaal niets van U, U misschien ook niets van mij. Ik heet Swaantje Groeninga en ze hebben me verteld dat U van alle mensen houdt. Als dat zo is, mag ik dan ook iets van Uw liefde ervaren?”

 

Geloof me of niet, maar vanaf dat moment kwam de kracht van God over mij. Ik had me nog nooit zo gevoeld als na dat gebed. Ik heb gelachen en gehuild. Ik ervoer heel duidelijk de liefde van God.

Het was een gevoel dat ik nog nooit eerder heb gevoeld en wat met niets te vergelijken was. Ik heb toen tegen God gezegd: “Ik beloof U een bijbel te kopen en alles te doen wat U zegt”.  Ik wilde gaan voor de volle 100%.

Intussen heb ik wel ontdekt dat dit een lange leerschool is waar je Gods kracht echt bij nodig hebt.

 

Doop.

Ook mijn zus Dina kwam tot bekering door het getuigenis van de Loermans. Nu wilden we ons laten dopen. Mijn zus zei er klaar voor te zijn terwijl ik nog sterk twijfelde. Ik vond dat ik nog te weinig kennis had van God. Tijdens de doopdienst in het zwembad van Groningen begon mijn zus te twijfelen maar wist ik ineens zeker dat ik gedoopt wilde worden.

Uiteindelijk hebben we ons samen laten dopen.

Dina en haar man die samen heel mooi konden zingen wilden na twee jaar de zending in.

 

Chinezen.

Toen ik de liefde van de Heer had ervaren, heeft Hij veel innerlijke wonden in mij in één keer genezen. God doet dat misschien niet zo bij iedereen, maar bij mij is het wel zo gebeurd.

Omdat ik Gods woord wilde leren kennen ben ik bijbelstudies gaan volgen. Ik wilde weten wat God nu van mij vroeg als Christen. Op een dag luisterde ik tijdens een hele grote jeugdsamenkomst naar een vrouwelijke predikster. Tijdens het gebed zei ze: “sommigen van jullie zullen over heel de wereld gaan”.

Tegen mijn gewoonte in opende ik mijn ogen en keek om mij heen wie ze bedoelde. Ik dacht: mij zal ze niet bedoelen, ik zal daar nooit geschikt voor zijn.

Korte tijd later kreeg ik een droom. Ik zag verslaafden, donkere mensen. Het waren Chinezen. Een grote menigte mensen die in grote nood waren. Toen ik wakker werd wist ik dat God mij die droom had gezonden omdat Hij wilde dat ik beschikbaar zou zijn voor Zijn werk. Ik ervoer dat God mij wilde inschakelen voor de lijdende mens.

 

Hoofdpijn.

Na een tijdje ben ik naar de voorganger gestapt van onze gemeente en vertelde hem dat ik zo graag iets wilde doen in het werk van de Heer. Hij had direct iets voor mij en vroeg mij op zijn kinderen te passen, zodat zijn vrouw met hem mee kon gaan. Dat heb ik geweten! Omdat het zulke drukke kinderen waren had ik geregeld een barstende hoofdpijn.

Echter, als de voorganger met zijn vrouw thuis kwam en vertelde wat voor heerlijke avond ze hadden gehad, vergoedde dat veel.

Later mocht ik ook nog andere dingen doen. Huis aan huis colporteren met de Heilsfontein. Soms mocht ik een gedachte doorgeven over God Woord in een jeugdsamenkomst.

 

Jaap Kooy

OP een dag werd er verteld dat er een nieuwe jeugdleider uit Broek op Langedijk bij ons zou komen spreken. Omdat ze er bij vertelden dat ‘ie uit de Christelijk Gereformeerde Kerk was, wist ik niet goed wat ik me daarbij voor moest stellen.

In ieder geval verwachtte ik een heel serieus iemand. Achteraf viel het erg mee. Hij heette Jaap Kooy en was een heel levendig type. Voortdurend zei hij “Prijst de heer!”   Na afloop van de samenkomst vroeg ik hem of dat “Prijst de Heer” bij hem gewoonte was in de Christelijk Gereformeerde Kerk. Hij vertelde me intussen naar een andere kerk te gaan.

 

Trouwen.

In die tijd was de Heer alles voor mij. Met jongens en trouwen was ik helemaal niet bezig. Ik had hiervoor thuis teveel meegemaakt en was bang een verkeerde keuze te maken. Totdat iemand me zei dat ik hiervoor kon bidden. Ik dacht erover na en vond dat wel een goed idee. Ik bad toen: “ Heer, als er nog goeie mannen zijn, geef me er dan maar een. Mochten ze echter uitgestorven zijn, geeft het niet”.

Ik dacht hierbij helemaal niet aan Jaap Kooy. Ik was eerst nog aan het nadenken wat voor man ik eigenlijk wilde hebben. Uiteindelijk besloot ik dat ik een biddende man wilde hebben.

Jaap was een dergelijk iemand. Uiteindelijk geeft de Heer je altijd meer als waar je voor bidt. Tenslotte zag hij er ook nog leuk uit! In de loop van de tijd begonnen we van elkaar te houden. Toen we echter net verkering hadden werd Jaap gevraagd om aan tentcampagnes mee te werken. We zagen elkaar toen alleen nog in de weekenden en dan moest ik daar nog een hele tijd voor reizen.

Nadat de tentcampagnes waren afgelopen vroeg br.v.d. Molen aan Jaap of hij er voor voelde om voorganger te worden in Sneek. De gemeente bestond uit 11 personen.

Jaap stemde toe maar wilde eerst wel met mij trouwen. Goede raad was toen duur. Er heerste een enorme woningnood en we bezaten geen cent. Het inkomen van Jaap ging wel fors vooruit. Kreeg hij tijdens de tentcampagnes vijf gulden zakgeld per veertien dagen, nu kreeg hij als voorganger een salaris van dertig gulden per week! Ik verzeker je dat dit toen in 1960 ook nog  heel weinig geld was. We vertrouwden echter op de Here en  geloofden dat Hij een goede God was die goed voor ons zou zorgen.

Mijn vader dacht daar anders over. Die had liever dat ik met een timmerman, loodgieter of technicus zou trouwen. Hij zei nog tegen Jaap:

“je moet goed voor Swaantje zorgen”. Jaap verzekerde mijn vader dat het best wel goed zou komen. Daar had hij een rotsvast vertrouwen in. Zelf moest ik nog vele dingen leren te geloven. Toen ik eens nodig naar de kapper moest zei Jaap tegen mij:” mijn zussen doen dat altijd zelf”.

 

We leerden zo te geloven voor de praktische dingen. Het is makkelijk voor geld te bidden als je daar al voldoende van hebt. Maar wat doe je als dit niet zo is? Jaap en ik hebben biddende geleerd God te vertrouwen en te geloven dat Hij in alle nood zal voorzien.

 

Trouwjurk.

Uiteindelijk besloten Jaap en ik te trouwen. We hadden gebeden dat de Heer ons met alles zou helpen voor het huwelijk, tot en met de huisvesting.

Niet lang daarna belde Jaap mij op. Hij had een trouwjurk op de kop weten te tikken. Ik schrok een beetje en zei niet zoveel. Ik dacht dat het een tweedehandsje was. Het bleek echter een prachtig nieuwe trouwjurk te zijn. Broeder Elling, die Jaap maandenlang had geholpen met de tentcampagnes had een winkel waarin een trouwjurk in de etalage hing. Hij schonk ons deze als huwelijkscadeau. Via een familielid die een juwelierszaak hadden konden we spotgoedkoop aan trouwringen komen.

 

Huwelijksnacht.

De trouwdag was onvergetelijk. Niet in het minst vanwege onze onvergetelijke huwelijksnacht. Voor de trouwdag hadden we een auto gehuurd die het op de afsluitdijk begaf.

We moesten uren wachten voor het verhuurbedrijf uit Broek op Langedijk met een andere huurauto kwam opdraven.

Daar stond ik dan, midden in de nacht in m’n mooie trouwjurk. Tegen de ochtend belandden we eindelijk in bed en sliepen gelijk in…..!

 

De wittebroodsweken waren ook heel bijzonder. Enkele dagen na ons huwelijk zouden we een jeugdkamp helpen leiden. Toen we in dat kamp kwamen in Schoorl hoorden we dat Jaap bij de jongens en ik bij de meisjes moest slapen. Al met al, bijzondere wittebroodsweken.

 

Verre reizen

Een zuster in de gemeente had ons als woning een klein zomerwoninkje aangeboden – de achterkamer van een boerderij. Piepklein en zonder enige luxe. Het toilet was een klein hokje in de tuin en de badkamer was een koudwaterkraan in de keuken. Toen we daar een half jaar woonden trok ook nog Jaap’s jongste broer bij ons in. Hij kreeg ’t zoldertje waar je niet rechtop kon staan.

 

Mijn droom is altijd geweest om verre reizen te maken. Nog voor mijn bekering had mijn zus die in Engeland woonde er voor gezorgd dat ik een baan kon krijgen als gezelschapsdame bij een rijke Engelse familie. Toen ik korte tijd later echter tot bekering kwam kreeg ik duidelijk in mijn hart die baan te weigeren. Dit veroorzaakte veel commotie en onbegrip binnen mijn familie. Ik wist echter dat ik die keuze zo moest maken.

Nadat ik Jaap had leren kennen vroeg ik hem: “Houdt jij van reizen?” Hij zei niets en ik dacht bij mezelf: Heb ik even pech. Nou ja, je kunt niet alles hebben.

 

Echter de Here is zo lief. Nadat de gemeente in Sneek flink was gegroeid kregen we de roeping van de Heer om naar Australië te gaan. In 1963 werden we hiertoe uitgezonden.

Intussen hebben we in de afgelopen 42 jaar in meer dan 25 landen over de wereld gereisd.

 

De Here heeft al die jaren voor ons gezorgd. Ondanks de strijd die er is en de teleurstellingen die je tegenkomt zijn we nooit teleurgesteld in God!

 


Geloof en gevoel...

Gemeente, het volk van God, deel I...

Geestelijke vertrouwelijkheid...

Er is in de liefde geen vrees...