Siersteenlaan 480 te Groningen / 06-17984365 Iedere zondag welkom vanaf 10 uur

Gedachten

Op deze pagina staan  'gedachten' die Jaap Kooy wil doorgeven. Jaap en Swaan zijn in hun dienst aan God verschillende situaties tegengekomen waarin ze zich afvroegen hoe ze daarop vanuit Bijbels perspectief moesten reageren.

Per onderdeel worden een paar gedachten weergegeven en wat ervaringen gedeeld om duidelijk te maken waarom Jaap en Swaan voor een bepaalde houding en handelwijze hebben gekozen. Aan het eind van dit hoofdstuk deelt Jaap een paar gedachten die je profetisch zou kunnen noemen. U kunt veel van de belevenissen van Jaap en Swaan lezen in hun boek "pioniers met passie"   De fragmenten zijn overgenomen met toestemming van Jaap Kooy.

PERSOONLIJKE OMSTANDIGHEDEN

over ziekte

God heeft ons altijd gezegend en geholpen maar dat betekent niet dat dingen altijd gingen zoals wij wilden. Een duidelijk beeld is de strijd rondom mijn hartziekte. God is machtig om iemand te genezen en dat heeft Hij ook vaak gedaan maar deze keer deed Hij het niet. Ik moest leren mezelf aan Hem over te geven. Daarvoor heeft Hij de situatie voor mij en Swaantje gebruikt. De gedachte bekroop me: als ik geen hartkwaal zou hebben, dan had ik veel meer voor de Heer kunnen doen. Ik zit vol energie en steek anderen aan, ik ken geen vermoeidheid en weet niet van ophouden. Daarom was het achteraf nodig dat de Here mij stilzette. De mensen bewonderen onze kracht en energie en onvermoeidheid maar God heeft ons laten zien hoe het werkelijk is. Wij zijn zwakke mensen net als iedereen, alleen door Zijn genade kunnen we alles volbrengen zoals het gaat. Juist omdat we ons van onze eigen zwakheid bewust zijn, zullen we ons nooit op de borst kunnen slaan. Nog steeds zie ik zoveel ziekte om me heen, ook bij de dienstknechten van God. Je hebt de neiging te zeggen: Ik heb zoveel voor de Heer gedaan, waarom overkomt me dit nu? Ik geloof dat God ziekte en problemen toelaat en gebruikt zodat we niet onafhankelijk worden, Hij wil dat we op onze knieën gaan en luisteren naam Hem, dat we dichtbij Hem komen en blijven. Ik geloof nog steeds dat God machtig is te genezen en ik bid nog steeds met mijn hele hart in geloof voor de zieken maar ik zie ook dat Hij soms een andere weg met mensen gaat en dat Hij wil dat we ons daarin overgeven. Veel mensen worden genezen maar niet iedereen. Wij moeten dat loslaten. God is de Auteur van ons leven. Wij geloven met heel ons hart dat Hij de heelmeester is.

Over offervaardigheid

Het komt wel voor dat Swaan en ik in een morgendienst in het noorden van het land zijn en 's-middags naar het zuiden rijden voor een tweede dienst en dan nog eens de volgende morgen aan de andere kant van het land moeten zijn. Mensen vragen ons dan wel eens of het niet teveel is. Uiteraard kost het veel, niet alleen lichamelijk maar ook financieel maar we gaan daar niet te ver in. Soms is het nodig om iets meer te doen en een andere keer doe je wat minder. We doen het met liefde, niet om de prestatie, niet omdat we denken dat we meer zijn dan een ander of om een andere reden. We zijn dankbaar als we mee kunnen werken in Gods Koninkrijk en vragen aan de Heer wat we nog meer mogen doen. Dat lukt ons omdat we allebei volkomen toegewijd zijn aan God en gelukkig zijn als we Hem mogen dienen. Als een van ons tweeën er anders in zou zitten, zouden we het niet volhouden. We zijn daarin dichter naar elkaar toe gegroeid en één in de Heer, we zijn gelukkig met elkaar en hebben geen onderlinge spanningen over het werk. Dan kun je ook veel aan. We doen het gewoon en genieten ervan in Gods werk te staan. Dat is een grote zegen.

Over jezelf verliezen

God heeft de mens geschapen om helemaal in Hem op te gaan, om zich als het ware in Hem te verliezen. Zo was het voor de zondeval. Na de zondeval is dit verlangen om in iets of iemand helemaal op te gaan nog steeds deel van ons. De jeugd verliest zich in zaken als sport, drugs, seks en muziek en ze gaat zogenaamd uit hun dak. Jammer genoeg verliezen ze zich in het verkeerde tot ze Jezus vinden en helemaal opgaan in Hem. Jezus leert ons dat het goed is onszelf helemaal helemaal in God te verliezen, zoals een graankorrel in de aarde valt en sterft. Dat zal goede en blijvende vrucht voortbrengen.

Over thuisgevoel

Australië is ons tweede vaderland en Indonesië komt daar direct achteraan. Toch kwam soms dat gevoel heel sterk op me af; waar woon ik eigenlijk, waar is mijn thuis? We sliepen in huisjes, in caravans, in hotelkamertjes, in gebouwen, een kerk, in tenten, overal. Wij wonen in de wereld, we zijn wereldburgers. De wereld is van ons en wij zijn daar waar het werk van God gedaan moet worden. Toch kun je soms erg verlangen naar de vertrouwde dingen in Nederland. Dat kan iets simpels zijn als trek hebben in een zoute haring, een kroketje uit de muur of eindelijk weer eens echte koffie. Nu we weer in Nederland zijn, merken dat we die typische Australische dingen missen; de open vlakten, de blauwe luchten, de ruimte en de vrijheid, de mensen. We hebben gemerkt dat thuis voor ons die plek is waar God ons leidt. Als we samen zijn met Gods kinderen en Hem loven en aanbidden, dan voelen wij ons thuis. Je komt in een gemeente waar je nog nooit bent geweest maar je merkt het meteen; dit is het huis van de Vader, hier vind ik mijn familie.

Over loslaten

De Here God wordt ons steeds kostbaarder. Ik geloof dat ik kan zeggen dat we nooit voor onszelf hebben gevochten maar altijd alles voor de Heer hebben gedaan. Onze familieleden en ons geboorteland hebben we achtergelaten. Naar een huis of een auto of andere materiele spullen hebben we nooit verlangd. We hadden het nodig om onze taak voor God te kunnen verrichten maar we konden het ook zo weer laten gaan. We hebben afscheid moeten nemen van mensen die ons dierbaar waren. Ook als mensen ons minder fijn behandelen, kunnen we ze blijven liefhebben en zegenen. Als we al iets hadden opgebouwd in de dienst van de Heer, dan konden we het na een tijdje weer loslaten, of het nu een gemeente of een christelijk centrum was. Ook konden we elkaar overgeven in Gods hand wat gebleken is toen eerst Swaantje en later ikzelf ernstig ziek waren. We komen steeds losser van het aardse bestaan. Het klinkt misschien erg geestelijk en vroom maar dit is hoe we het in ons hart ervaren. Op het laatste is er alleen nog maar de Heer die ons dierbaar is.

OMGANG MET GOD

Over gebed

Juist omdat we een moeilijke start in onze bediening hadden, zonder geld of begeleiding, zijn we van het begin af aan altijd biddende mensen geweest. Nu zie ik dat God die periode heeft gebruikt om een fundament in ons leven te leggen. Nooit zal het in ons opkomen iets te doen zonder God daarbij te betrekken.

We weten eenvoudigweg dat het zonder Hem onmogelijk is iets te doen. De moeilijke momenten werden een onderdeel van onze geestelijke ontwikkeling en dat hebben we al heel vroeg mogen leren. God verhoort gebeden en toch moet je accepteren dat Hij niet altijd verhoort, zoals jij dat wilt, op jouw tijd en jouw manier. Zoals Swaan het vaak zegt: God weet het beste wat goed voor me is, dus Heer als U het niet doet, even goede vrienden hoor…..

Je kunt niet bij de Allerhoogste komen met je eisenpakket: Heer, doe dit of dat voor mij.

Je moet de zaken aan Hem voorleggen en aan Hem overlaten of en hoe en wanneer Hij daar wat mee doet. Soms bidden we speciaal voor een situatie of een persoon en dan antwoordt Hij als we stil zijn voor Hem. Hij brengt iets in beweging, spreekt binnen in je hart of je geest, hoe je het maar wilt zeggen. Maar het is een zekerheid die van God komt, je krijgt een antwoord, je weet in welke richting je verder kan. God nodigt ons wel uit om met al onze vragen en problemen bij Hem te komen maar het is niet zo dat we alles krijgen wat we maar willen. Gebed is geen verwennerij en ook geen klachtenbalie en God is niet te manipuleren.

Bidden is een onderdeel van onze relatie met God en daarom is het ook niet saai. Ook is het gebed een tweegesprek: op een gegeven moment moet je stoppen met praten en gaan luisteren naar wat Hij te zeggen heeft. Tenslotte: bidden is verblijven in de heerlijke atmosfeer van Zijn tegenwoordigheid.

Over bidden in de nacht

We geloven dat God wel eens iets extra’s van ons vraagt. Daarom hebben we besloten een tijdlang de wekker om drie uur ’s-Morgens af te laten gaan en dan een een uur of twee te bidden. Onze gebeden doen we omdat we ons willen geven aan God. Het is een offer maar we weten dat God dat ziet en beloont, hoewel dat niet ons motief is om te bidden. Hij heeft altijd uit genade zijn zegen op ons werk gegeven. Die nachtelijke gebedsuren waren erg bijzonder. God was dan zo dichtbij en reëel. Ik ben wel eens letterlijk op de bijbel gaan staan en riep het uit; Heer, dit is Uw Woord, Uw levende Woord. U bent het levende Woord! Ik ben Uw kind. U bent mijn Vader, mijn Verlosser, mijn God. U bent hier in deze kamer en U doet wat U belooft. Dan was de aanwezigheid en kracht van God daar en dat gaf ons grote zegen.

Over samen bidden

We hebben ieder onze eigen tijd van gebed maar we bidden ook samen. Onze gebeden waren en zijn intensief. Elke dag bidden we minstens een uur. Dat zijn geen vluchtige gebeden maar we bidden dingen door. Meestal beginnen we met het lezen van een gedeelte uit de bijbel. De ene keer doe ik dat en een andere keer is het Swaan. Daarna bidden we en dat doen we tegelijk, zonder op elkaar te wachten. Het lijkt oneerbiedig omdat we door elkaar bidden maar wij ervaren dat niet zo. We merken vanuit welke geest de ander bidt en daarin komt een eenheid. Het is een geestelijke atmosfeer die je samen beleeft. Het wordt zoals de bijbel dat noemt, eendrachtig of eenparig gebed. We houden ook van stille momenten in onze gebedstijd maar als God er is, dan is de stilte toch niet doods. De aanwezigheid van God maakt het verschil. Dan worden die uren in Zijn tegenwoordigheid heerlijke tijden samen met de Heer. We zingen een lied of we bidden in het Nederlands of in het Engels of in tongen, al naar gelang we het op dat moment beleven. Mijn gebeden zijn gevoelsmatig, ik doe het met mijn hele hart en met alle emoties die ik in me heb. Ik ga ook vaak opstaan en heen en weer lopen en dan zing ik vaak een geestelijk lied. Bijna altijd heb ik een lied of een melodie in mijn hart dat ik tijdens het gebed zing. Ik zing ook in tongen. Ik laat de melodieën gewoon hun gang gaan, zoals ze komen, zo uit ik ze. Onze gebeden eindigen altijd met blijdschap en dankbaarheid want God is goed.

Over vasten

 

Ik had in 1958 gehoord dat T.L. Osborn veel tijd afzonderde om God te zoeken met gebed en vasten. Ik zag hoe God zijn werk zegende en heb direct verband gelegd: dat komt omdat hij God ernstig zoekt.

Ik wilde ook graag de zegen van God ontvangen en wist dat het niet goedkoop zou zijn. Het verlangen om Gods kracht te zien en te laten werken was groot maar ik kan niet wat God kan, dus ik heb Hem nodig, Zo begon ik te bid-den en te vasten.

We gaan niet vasten met een speciale verwachting, we doen het eenvoudigweg omdat God ons in Zijn Woord laat zien dat vasten hoort bij het leven van een christen. We zijn voorzichtig dat er niet de gedachte insluipt dat we de zegen van God kunnen ‘verdienen’ door eigen offers te brengen, zoals vasten kan zijn. Jezus vastte, Paulus vastte. Uit de Bijbel haal je veel aanwijzingen dat vasten normaal hoort te zijn, iets wat we doen uit gehoorzaamheid. Het is geen gebod, nergens staat dat we moeten vasten, maar het is een verzoek van de Here: ‘Doe dat.

Natuurlijk moet iedereen voor zichzelf beslissen hoe hij of zij dat invult. Ik vertel enkel hoe wij dat gedaan hebben en mensen zouden dat als voorbeeld kunnen nemen.

Swaan en ik hebben vanaf het begin van ons huwelijk elke zaterdag afgezonderd om te vasten en te bidden. Zolang we de mogelijkheid daartoe hadden was dat vaste prik; wij hadden dat besluit genomen. We wilden de zegen van God ontvangen, dus vonden we ook dat we Hem moesten zoeken. Ook gebeurde het dat we regelmatig een week achter elkaar vastten.

We namen dan geen vast voedsel, maar alleen wat te drinken. Vaak was dat enkel water, wat we wel eens aanvulden met sap. We hebben ook wel meerdere dagen gevast. Ik herinner me een tijd van vasten in de caravan in Australië. We begonnen vroeg in de ochtend, om de beurt lazen we iets uit de Bijbel en dan gingen we bidden. Die drie dagen dronken we alleen thee. Natuurlijk merk je op een gegeven moment dat je lichaam om eten gaat vragen. Dan komt het punt dat je de discipline moet opbrengen en bij je besluit moet blijven. We waren dan nogal strikt voor onszelf. Het verlangen naar voedsel kan zo groot worden dat je daarvan leert: zo sterk is mijn vlees. God gebruikt het om je inzicht te geven. We hebben gemerkt dat we dan geweldige zegen van de Here ontvangen.

We ontvingen diepe vrede, rust, blijdschap, visie en geloof omdat we Hem meer en meer leerden kennen en verstaan. Door God intens te zoeken en op Hem te wachten word je door ervaring gevoelig voor de leiding van de Heilige Geest.

Dat groeit en je weet diep van binnen: dat is God. Je wordt ook gedisciplineerd en dan niet alleen op het terrein van eten en drinken. Iemand die regelmatig vast kan makkelijker zichzelf beheersen dan iemand die alsmaar toegeeft aan de eisen die het lichaam stelt.

Vasten moet net als alle dingen gebeuren uit liefde voor God. Ik zet even mijn eten opzij en neem tijd om bij U te zijn, Heer. Ik zoek niet mijzelf, maar ik zoek U.

 

Over de Heilige Geest

In de loop der jaren werd de werking van de Heilige Geest in en door onze bediening steeds duidelijker merkbaar. De Geest is uniek! Hij openbaart Zijn persoonlijkheid, vaak merk ik dat Hij de dienst als het ware overneemt. Mensen zijn daar nogal eens bang voor, maar dat is niet nodig. De Heilige Geest dwingt niemand, maar houdt rekening met de persoon in en door wie Hij wil werken. Dan worden we kanalen van de Geest. Hij doet wat Hij wil en komt tot Zijn doel met ons en met de mensen die we mogen dienen.

We geloven dat de Heilige Geest geen wanorde wil, maar Zijn eigen orde heeft.

We realiseren ons daarbij dat de orde van de Geest heel anders is dan de menselijke traditie.

De vruchten van de Geest komen niet ineens. Een vrucht moet groeien en rijpen. Als wij als persoon nog niet volwas-sen zijn in ons geestelijk leven kunnen we de werkingen van Gods Geest niet goed hanteren. Je moet erin groeien, leren omgaan met de Geest, een antenne krijgen voor Zijn aanwijzingen en Hem de leiding geven. Het gaat erom dat je Hem goed leert kennen. Dat is in het geestelijke net zoals in het natuurlijke: als je de Persoon van de Heilige Geest goed kent dan weet je wat Hij wil, dan weet je hoe Hij de dingen wil hebben.

De Geest van God is een Persoon en Hij heeft emoties. Dus kunnen wij ook gevoelens hebben die uit God komen, zoals liefde, blijdschap, vrede, bewogenheid. Jezus huilde omdat Hij bewogen was met mensen, omdat Hij zag dat ze als schapen zonder herder waren, omdat Hij zag dat ze het Evangelie niet wilden aannemen. Die emoties kwamen uit de Geest, niet uit het vlees. Zo merken wij ook de gevoelens en de gevoeligheden van de Geest van God: we ervaren Zijn liefde en blijdschap. Hij geeft ons Zijn bewogenheid die dan door ons heen werkt naar anderen toe.

 

Over leiding van God

God zit achter het stuur; ik ben de auto die Hij bestuurt. We vragen aan de Heer: ‘Mmoeten we linksaf of rechtsaf? Doorgaan of stoppen?’ Je komt op een punt waar je bewust stil blijft staan en wacht op Gods leiding, want anders ga je domme dingen doen. Soms spreekt de Here met een hoorbare stem, zoals ik heb meegemaakt bij mijn bekering en bij de openhartoperatie, maar meestal spreekt Hij door een zekerheid in ons hart te leggen. Dan komen bepaalde aanwijzingen die duidelijk maken dat we een goede weg zijn ingeslagen, we zien dat Hij ideeën geeft om uit te wer-ken, deuren opent en mensen op onze weg brengt. Daarna moet je de praktische gevolgen van die leiding nuchter onder ogen zien en daar besluitvaardig in durven zijn.

 

Over het verstaan van Gods stem

God spreekt zo dat je kunt zeggen: ‘Ik weet dat ik weet dat ik weet!’ Dan gaat het niet om een gedachte uit je eigen gevoelsleven, maar om een inspiratie van de Heilige Geest.

Ik herinner me dat ik in de eerste jaren in Australië eens een uur heb gebeden totdat God me heel duidelijk door Zijn Geest een impressie gaf: 'Vertel geen verhalen, maar predik het Woord.' Dat was een duidelijke aanwijzing die ik in mijn hart bewaarde en waar ik me aan gehouden heb. Daarom vraag ik altijd aan Swaantje of zij de getuigenissen wil doorgeven en wil vertellen wat we hebben meegemaakt, zodat ik me enkel hoef te concentreren op het brengen van het Woord van God. Zo hebben we dat altijd gedaan en dat was gebaseerd op die ene openbaring veertig jaar gele-den.

Een andere keer was ik aan het bidden in verband met onze financiële situatie en toen antwoordde God door me een diepe vrede in mijn hart te geven. Ik wist zeker dat Hij me duidelijk maakte dat ik Hem altijd kon vertrouwen voor voldoende financiën. Als we dan eens erg krap bij kas zaten dacht ik daaraan terug, want het was een belofte die Hij als een zekerheid op de bodem van mijn hart had gelegd.

Op die manier heb ik persoonlijk heel vaak Gods leiding ervaren in bepaalde situaties, vooral als ik voor een belangrij-ke beslissing stond. God spreekt uiteraard ook door Zijn Woord. Soms bepaalt Hij me heel sterk bij een gedeelte uit de Bijbel en dan ontvang ik daardoor specifieke leiding voor dat moment of voor een situatie waar ik in zit.

 

 

over omgang met mensen

 

Over culturen en achtergronden

Swaantje heeft me geleerd anders naar mensen te kijken. Ik benader ze niet met een houding van: Ik ben de evange-list, de zendeling die de zondaren komt vertellen dat ze gered moeten worden, maar ik zie ze als medemensen. Voor-heen was ik die vrome gereformeerde jongen. Je wist niet beter dan wat je geleerd was. Swaantje was altijd gewoon en ging dan ook heel normaal met iedereen om. Zij praatte met ze, bad met ze, lachte en huilde met ze. Ze zag niet een man of een vrouw, een volwassene of een kind, een moslim of een christen, katholiek of gereformeerde, iemand uit de westerse cultuur of een andere cultuur, maar ze zag een mens in nood. Dat heb ik van haar mogen leren en God heeft me geholpen die kerkelijk geleerde houding af te leggen.

 

Over winnen van zielen

Samen met mijn vrouw predikte ik het Evangelie zo eenvoudig mogelijk. Meestal trok er een muziekgroep met ons mee, die de zang en muziek voor haar rekening nam. Ik wisselde af door een minuut of tien te preken en dan werd er weer gemusiceerd. We vertelden de mensen dat God hen liefheeft en dat Hij in de wereld gekomen is om ze te hel-pen, hun zonden te dragen en hun schuld te voldoen. We hebben er altijd tijd voor genomen om dat zo nauwkeurig mogelijk uit te leggen. We vertelden de mensen: 'U heeft Jezus nodig. Wilt u Hem aannemen als uw persoonlijke Ver-losser en vergeving van uw zonden ontvangen?’ Veel mensen gingen daarop in en vaak was er een zichtbare reactie van hun kant: ze vertellen dat ze vrede ervaren en blij zijn. We noemen dat de zekerheid van het geloof. Als we hier-over spraken op het zendingsveld kwam er altijd veel respons op. De mensen hoorden het Evangelie, geloofden wat we predikten en namen het aan.

 

Over doop van volwassenen door onderdompeling

De opdracht van Jezus is om het Evangelie te prediken, mensen te dopen en ze te leren zich te houden aan alles wat Hij heeft geleerd. Het is dus duidelijk dat God wil dat mensen gedoopt worden en wel als een stap die volgde op hun geloof en bekering.

In mijn geval was er vanuit de kerk waar ik als kind was gedoopt veel weerstand tegen de volwassendoop. Men nam daar afstand van. Nadat ik toch door Guus Bringsken gedoopt was in de sloot achter het huis van de familie Kooij in Sint Pancras kwam er veel onbegrip, maar ik was ervan overtuigd dat deze handeling gebaseerd was op Gods Woord. Ik wist dat ik een kind van God was, ik wist dat mijn zonden waren vergeven en ik wist dat ik me moest laten dopen.

Nadat de mensen Jezus hebben aangenomen en gered zijn, zijn ze aan het begin van een nieuw leven en hebben ze nog veel onderwijs nodig. We vertellen hun dat ze gedoopt moeten worden in water en dat Jezus hen ook dopen zal in de Heilige Geest. Omdat we spraken in landen waar men niets of nauwelijks iets wist over het christelijk geloof, hadden ze ook nog nooit hierover iets gehoord. We vertelden hun over de doop in water door onderdompeling en omdat dat de enige manier van dopen was die ze kenden, was er nooit twijfel over. Geloof komt door het horen van Gods Woord. De mensen geloofden het onderwijs dat ze van ons ontvingen of ze wezen het af. Iedere gelovige liet zich dopen, vrijwel onmiddellijk nadat we hun over de doop hadden verteld.

We hebben mensen in open water gedoopt, zoals het meer bij Wool Wool of in de zee, maar ook in kerkgebouwen waar een doopbak was.

 

 

Dienst aan God

 

Over voorbeelden

Jezus is ons grootste Voorbeeld. In Zijn bediening gebruikte Hij ook veel voorbeelden uit het dagelijkse leven om mensen allerlei dingen te leren. Dat probeer ik ook altijd te doen. Jezus was ook Zélf een Voorbeeld en ook dát probe-ren we te zijn.

Als kinderen alleen maar van hun ouders horen hoe het moet, maar nooit een voorbeeld zien, zullen ze er niet naar gaan handelen. Pas als ze de theorie horen en in de praktijk zien hoe het werkt, zullen ze daar ook naar handelen. Zo willen we een voorbeeld zijn voor velen, zowel in ons leven met de Heer als in onze bediening en in ons huwelijk.

Dat is ons oprechte verlangen, maar ik beweer niet dat het ons ook altijd is gelukt.

 

Over bedieningen

De Bijbel noemt vijf bedieningen: een apostel, een profeet, een evangelist, een herder en een leraar.

We zijn er beiden van overtuigd dat God ons heeft geroepen om zendelingen te zijn, wat met zich meebrengt dat we de bedieningen van een evangelist hebben. Mensen hebben me ook vaak gezegd dat ik profetische gaven heb. De Heer geeft me inzicht in situaties waar ik van mezelf niets over kan weten en ik krijg op mijn hart om dat niet alleen te benoemen, maar ook om er richting en sturing aan te geven.

Menigmaal is gebleken dat wat ik over een persoon of situatie heb gezegd accuraat was, waardoor het vertrouwen groeide dat de Geest van God werkelijk deze inzichten aan me gaf. Dat is een profetische gave.

Andere mensen hebben me gezegd dat ik ook iets van een apostel in me heb omdat een apostel een werk van de Heer begint, de ideeën en visie daarvoor heeft en na verloop van tijd het werk aan betrouwbare mensen overdraagt.

Aan een apostolische bediening is vaak ook een bediening van een leraar of een profeet gekoppeld. God heeft ons inderdaad gebruikt om vastzittende situaties open te breken, om als het ware nieuw land te ontginnen en daarvoor gaf Hij me ideeën en methodes die speciaal voor die situatie en dat moment geschikt waren om uit te voeren.

Ook heb ik altijd ervaren dat ik na een bepaalde tijd de verantwoording van een werk aan anderen moest overdragen en verder moest gaan.

Zo bezien is mijn bediening niet alleen die van een evangelist, maar heeft deze ook sterke apostolische en profetische elementen in zich.

 

Over dienen

We willen graag dienen, we willen onze broeders en zusters in de Heer helpen, we willen gemeenten helpen. Dat heeft ons hart.

Ik ben een harde werker, ik kan lang doorgaan. Omdat we geen kinderen hebben kunnen we ook meer tijd geven aan het werk van de Heer dan echtparen die wel een gezin te verzorgen hebben. Toch kan dat een verkeerd beeld opleveren, namelijk dat mensen denken dat wij niets te doen hebben, dat we altijd voor ze klaar staan en dat ze altijd kunnen bellen. We staan inderdaad graag en veel klaar om met raad en daad te helpen en we vinden het ook niet erg om dat te doen, maar dat betekent niet dat het altijd mogelijk of vanzelfsprekend is.

Jezus heeft ons een voorbeeld gegeven toen Hij de voeten van Zijn discipelen waste vlak voor Hij aan het kruis ging. Zo moeten we elkaar dienen.

De Hij Leeft Zending is een klein onderdeel van het wereldwijde Lichaam van Christus en vanaf die door God gegeven plaats willen we onze Here blijven dienen, zoals we dat de laatste 45 jaar hebben gedaan.

 

Over werkers in Gods koninkrijk

De oogst is groot en op vele plaatsen in de wereld is de oogst ook rijp om binnengehaald te worden. De Heer van de oogst zoekt arbeiders, maar dan wel van een speciaal ‘soort’. Helaas is dat soort nog steeds schaars: mensen die onder grote druk doorgaan, die onzelfzuchtig zijn, die bereid zijn offers te brengen, die flexibel zijn, die bereid zijn zich in te voegen, die gezag kunnen aanvaarden, die sterk en moedig zijn en die de prijs willen betalen om kostbare zielen binnen te halen.

Sommigen zijn alleen visionairs en brengen nooit wat tot stand. Anderen zijn zo theoretisch dat hun ideeën in de praktijk onuitvoerbaar zijn. Dan zijn er nog de perfectionisten en degenen die alles zwart-wit zien… Als we nu eens konden leren dat we elkaar nodig hebben en elkaar aanvullen, dan zou God de werkers in Zijn Koninkrijk effectiever kunnen inzetten.

 

Swaan over vrouwen in de bediening

We zijn er om onze mannen een handje te helpen en God weet hoeveel hulp ze nodig hebben! We hebben vroeger geleerd dat vrouwen geen onderwijs mogen geven en ik heb dat altijd geaccepteerd. Maar er staat ook geschreven dat we oprecht moeten zijn als de duiven en slim als de slangen. God geeft me wijsheid hiermee om te gaan, want meestal vinden de leidende broeders het goed als ik hun vraag: ‘Mag ik wel een getuigenis of wijze raad doorgeven aan de gemeente?’

Vrouwen van gemeenteleiders kwamen wel eens naar me toe en klaagden dat ze niets mochten doen in de gemeente. Gelukkig is dat de laatste jaren veranderd en krijgen vrouwen meer ruimte om actief mee te werken in een dienst.

Jaap en ik doen alles samen, maar Hij brengt het Woord, ik niet. In de dienst bidden we bijvoorbeeld samen voor de zieken en zonder dat we het wisten, zijn we daar een voorbeeld in geweest voor anderen.

Ik dien nu ook in het geven van onderwijs. Omdat ik dat doe onder leiding wordt dat wel geaccepteerd.

 

PROFETIEëN

 

Jaap over profetie

We spelen niet met de gaven van God. Zoals de Heilige Geest beweegt dat is heel teer. Ik zal niet zomaar zeggen: ‘Zo spreekt de Here’ als ik daar niet absoluut van overtuigd ben. Dat is een grote verantwoording. Immers: de Heer is de Heer en Hij is God. Ik moet onderscheiden wat van God is en me afvragen of mijn eigen gedachten of emoties niet in de weg staan.

Ik vertel de mensen altijd dat een profetie pas vervuld kan worden als zij zelf trouw aan God blijven en dienstbaar willen zijn. Koning Saul had ook beloften van God gekregen over zijn toekomst en de toekomst van zijn familie, maar omdat hij niet trouw was is het woord dat over hem was uitgesproken niet uitgekomen. Het van God gegeven koningschap is door God weer van hem afgenomen en aan David gegeven.

Balans is erg belangrijk. Als mensen alleen handelen omdat ze een profetie of een woord van God hebben ontvangen, zal dat hen in verwarring brengen. De profetie moet getoetst worden en het Woord van God is de profetie met de hoogste autoriteit. De Bijbel is hoger dan elk door mensen doorgegeven woord van profetie. Vaak willen mensen wel een woord van profetie horen, terwijl ze niet eens de Bijbel kennen en gehoorzamen. God wil dat Zijn kinderen allereerst doen wat Hij in Zijn profetisch Woord heeft neergelegd.

 

Over Israël

Israël is voor God de belangrijkste natie in de wereld. Daarna komt de gemeente van Jezus Christus. God zegt herhaaldelijk: Israël is Mijn volk, Israël is Mijn eerstgeborene, Israël is Mijn oogappel.

De geboorte van het volk Israël is een wonder dat God heeft gedaan aan Abraham. Hij had geen kind, hij had enkel Gods belofte dat hij een groot nageslacht zou krijgen. Toen Abraham aan God vroeg hoe een honderdjarige man en een negentigjarige vrouw een kind zouden kunnen krijgen, antwoordde de God van Israël: ‘Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn?’ De geboorte van Isaäk was een wonder. Abrahams andere zoon heette Ismaël. God heeft Ismaël ook gezegend, evenals Isaäk, maar met Isaäk heeft Hij een eeuwig verbond opgericht. God houdt Zich aan Zijn Woord. Wat Israël ook doet, hoe ze ook leven, waar ze ook wonen, wat de wereld en de natiën ook over hen zeggen en met ze doen, ze zullen altijd Gods verbondsvolk zijn.

Met de geboorte van Ismaël en Isaäk werden ook de problemen in het Midden-Oosten geboren die zich nog steeds voordoen. Toen Isaäk en Ismaël nog klein waren hadden ze al ruzie met elkaar. Terwijl ze opgroeiden groeiden de onderlinge jaloezie, het onbegrip en de haat navenant mee. In latere generaties is daar oorlog op oorlog uit ontstaan.

De Bijbel wordt niet begrepen en er zijn verschillende opvattingen over wat God heeft gezegd over Israël, Palestina en Jeruzalem.

De gemeente van Jezus Christus is principieel een deel van Gods volk door haar geloof in de God van Israël. Maar Israël heeft specifieke beloften die de gemeente zich niet zal kunnen toe-eigenen. Die beloften betreffen onder andere het land dat ze zullen erven.

We zijn wel met hen verbonden doordat wij kinderen van God zijn, maar zíj zullen het land bezitten. Gods beloften dat het volk zou terugkeren naar het land hebben we in vervulling zien gaan sinds de oprichting van de staat Israël in 1948. We zagen hoe de natie in dat land geboren werd.

Toen en nog steeds bemoeien de Verenigde Naties zich met Israël. Miljoenen mensen zien de waarheden over dit volk niet omdat ze God en Zijn Woord niet kennen. Of ze het nu geloven of niet, toch kan de wereld niet om Israël heen, net zo min als ze om God heen kan. De mensen willen de grenzen van het land vaststellen, maar die grenzen zijn al door God Zelf vastgesteld. Er is ook strijd over de manier waarop Israël probeert te overleven. Noodgedwongen is haar verdediging uitgegroeid tot een zichtbare oorlogsagressie en zo maken de Israëli’s veel vijanden. Dat de natiën het daar niet me eens zijn is begrijpelijk, mede vanwege de pijn die er is aan de kant van de Palestijnen.

Het probleem in het Midden-Oosten wordt pas opgelost als Jezus terugkomt. Satan, de vijand van God en van Gods volk, zit daar achter. Het is een geest die de volken opzweept en drijft tot meer strijd en gebruik maakt van sterke bolwerken, zoals nationalisme en zucht naar macht en overheersing.

Er staan maar weinig natiën achter Israël en dat zal nog erger worden. Het dieptepunt is wat dat betreft nog niet be-reikt. De Bijbel voorspelt dat de roep om vrede sterker wordt en gepaard zal gaan met de roep om een sterke leider. Ik denk dat er een systeem zal ontstaan, met een sterke leider aan het hoofd, die de antichrist wordt genoemd. We lezen over een vredesverbond waar Israël aanvankelijk in mee zal gaan, maar dat op een of ander moment om een of andere reden zal worden verbroken. Als Israël dat verdrag verbreekt ontstaat er een wereldbrand, een oorlog op zo grote schaal als er nog nooit is geweest. Die oorlog wordt gevoerd tussen Israël, samen met misschien een of twee bondgenoten, en de rest van de wereld. Het zal een strijd zijn van de antichrist tegen Israël, de strijd om Jeruzalem, de heilige stad. Israël zal lang stand houden, ook al staat het land alleen, maar op het laatst zal het erop lijken dat ze de strijd gaan verliezen. In die vreselijke nood zullen ze tot God roepen om hulp. Het is een wanhoopsschreeuw naar de God van Israël. Dan zal God ingrijpen. Hij zal hen verlossen op een wonderlijke manier en de hele wereld zal het zien: Jezus komt terug.

We weten niet alle details, maar we weten dat Jezus werkelijke vrede zal brengen. Hij zal Zelf regeren. Daarom is mijn gebed voor Israël: ‘Kom Here Jezus, kom spoedig. Amen.’

 

Over de gemeente van Jezus Christus in Nederland

Er is groei in de evangelische gemeenten, zowel in aantal als in geestelijk gehalte. Die openheid en honger die er nu is, heb ik jarenlang gemist in ons land. Dat was zelfs niet zo sterk na de campagnes van Osborn. Toen werd ‘pinkste-ren’ nog gezien als een sekte, maar die negatieve benadering is nu verdwenen. Christenen hebben over en weer waardering voor elkaar en willen van elkaar leren. Het heeft even geduurd en God heeft daarvoor verschillende orga-nisaties gebruikt. Er is meer samenwerking en onderlinge eenheid dan ooit tevoren. Daar ben ik de Here zeer dank-baar voor.

God zal de groeiende eenheid onder de christenen en vooral onder de leiders van kerken en gemeenten gebruiken. Hij zal ons meer op de knieën brengen om te bidden voor ons land.

Ik zie een geweldige werking van God onder de jeugd in ons land, waar ik erg blij mee ben. Met name de opkomst van de jeugdkerken, zowel in pinkster- en volle evangeliegemeenten als in de historische kerken in ons land. De jeugd zoekt God, ze staan open voor de Geest. Ze zijn de kerk van de toekomst. God zal hen leiden en antwoord geven op al hun vragen en Hij wil daarvoor mede onze generatie gebruiken. De Nederlandse jeugd is sowieso open voor het geestelijke, ook voor de verkeerde spirituele invloeden. Zij hebben begeleiding nodig van geestelijk volwassen christenen, die door God zijn toegerust met een gave van onderscheiding, onderwijs en wijsheid. Ze hebben hulp nodig, ze moeten vragen kunnen stellen waarop ze naar tevredenheid antwoorden ontvangen.

We bidden voor de jonge generatie en de mensen die hen moeten leiden. God zal hen leiden en helpen invulling te geven aan de kerk van de toekomst. De jongere generatie zal het anders doen, ze zullen andere methoden gebruiken, maar dat zullen ze wel doen met hetzelfde Woord van God dat nooit verandert.

 

Over opwekking

Er zijn zeker grote opwekkingen geweest in verschillende landen. Een opwekking is een beweging van God, waar Hij op soevereine wijze in werkt. Als er een opwekking is komen mensen onder tranen tot berouw en bekering. Dan is Gods kracht aanwezig. Als er een opwekking gaande is constateren wij dat als een feit: God werkt. Wij staan erbij en kijken ernaar. Mensen komen tot bekering, worden bevrijd en worden genezen.

Er is in bepaalde kringen in Nederland een verwachting gewekt voor een grote opwekking. Dat er een verlangen is naar een beweging van de Heilige Geest is op zich heel fijn. Omdat er meer over wordt gesproken, geschreven en onderwezen zullen de kennis en het inzicht over dit onderwerp toenemen en dat kan resulteren in meer gebed. Kennis over opwekking alleen is niet voldoende voor een opwekking. Een opwekking is Gods antwoord op de ernstige, roepende gebeden van Zijn kinderen.

 

Jaaps profetisch beeld over Nederland

Ik zie een opleving onder de jeugd in ons land. Ik geloof dat dit verder zal gaan en ik zou dat ‘een nieuwe weg’ willen noemen. Ik geloof dat er een grotere en intensere beleving van lofprijs en aanbidding zal zijn, met een tegenwoordigheid van Gods zalving en kracht. Deze zalving zal een honger en dorst creëren in de harten van mensen en tegelijkertijd een sterker Godsbesef.

De mensen zullen moe worden van extreme excessen. In sommige kringen wordt er teveel nadruk gelegd op de gaven van de Heilige Geest. Woord en Geest horen in balans te zijn, maar mensen trekken het uit balans. Je ziet dat bijvoorbeeld in advertenties waar de woorden ‘profetisch’ en ‘apostolisch’ te pas en te onpas worden aangehaald. De gave van profetie wordt naar verhouding teveel richtinggevend en soms zelfs boven het gezag van het Woord van God geplaatst. Ik geloof dat mensen dat na verloop van tijd af zullen wijzen. Ze zullen verlangen naar echtheid. Dan zal de lippentaal veranderen in hartstaal. Nadat het extreme zijn tijd heeft gehad gaat er een verlangen ontstaan naar echtheid, liefde en eenheid.

Ook gaat er een verlangen ontstaan naar gemeenten met het karakter van Jezus. Jezus genas de zieken uit een innerlijke ontferming en bewogenheid. Jezus voedde de schare uit een innerlijke ontferming en bewogenheid. Jezus liep niet op het water om eens even te demonstreren wat Hij kon, Hij liep op het water uit een bewogenheid en zorg voor Zijn volgelingen. Hij stilde de storm omdat Hij bewogen was met de bezeten man in Gennesaret en Hij bevrijdde hem. Jezus was bewogen met de tien melaatsen en met de twee blinden en genas hen. Gods kinderen zullen verlangen naar gemeenten die een veilige haven bieden voor hun gezin. Een plaats waar de schapen goed verzorgd worden en goed voedsel ontvangen. Gemeenten waar niet de nadruk wordt gelegd op gaven en bedieningen, maar waar ook zorg voor de schapen is. Een plaats waar Jezus’ bewogenheid voor het volk tot uiting komt.

God wil zonder twijfel opwekking geven in ons land. Maar opwekking is ‘leven uit de dood’. Opwekking is God zien werken. Hij doet dat echter niet buiten Zijn principes om. Hij laat ons zien wat die principes zijn, door ons een voorbeeld te geven dat wij moeten volgen: Zijn Zoon Jezus.

Jezus is ons voorbeeld, niet alleen door de wonderen en tekenen die Hij deed, maar Hij laat zien hoe een echte Herder leeft en Zich geeft voor de schapen. Hij is een voorbeeld omdat Hij vaak tijd nam om Zijn Vader te zoeken in gebed. Telkens weer klom Hij de berg op of zocht Hij een plaats waar Hij alleen kon bidden. Hij bad dat Zijn Vader bleef meewerken.

Hij is een voorbeeld omdat Hij laat zien hoe we met elkaar moeten omgaan. Jezus waste de voeten van Zijn volgelingen. Hij gaf geen bestraffing toen zij die taak niet op zich wilden nemen.

God wil zo graag spreken.

Jezus liet Gods spreken. Hij preekte en profeteerde zonder woorden door Zijn kleed af te leggen, de waterbak te nemen en neer te knielen. Hij was een voorbeeld van Gods kracht over gevoelens, emoties en vleselijke gedachten. Daarna zei Hij: ‘Jullie moeten hetzelfde doen als Ik heb gedaan.’

Jezus is opgewekt en geeft opwekking. Hij wacht niet totdat de gemeente volmaakt is, maar Hij verwacht wel dat Zijn kinderen de weg van zelfverloochening gaan. Het principe wat Paulus verwoordt als hij zegt: ‘Niet ik, maar Christus leeft in en door mij.’

God gaat in ons land een opwekking geven

op Zijn tijd

op Zijn manier

in Zijn wil.

Er zijn hier en daar symptomen te zien en geluiden te horen van de wind van de Heilige Geest. Waar en wanneer Zijn principes werken zal deze wind aanzwellen. Mijn vrouw en ik blijven hiervoor bidden en hierin geloven.

De Here zegene u.

In Zijn dienst,

Jaap en Swaantje Kooy


Geestelijke groei, gave en opgave...

Er is in de liefde geen vrees...

Gemeente, het volk van God, deel II...

Geloven is de juiste zinnetjes zeggen tegen jezelf...