Siersteenlaan 480 te Groningen / 06-17984365 Iedere zondag welkom vanaf 10 uur

De heerlijkheid van God

Bepaalde Bijbelse woorden en begrippen spreken mij niet zo aan, tenzij ik de moeite neem er een kleine studie over te maken. Heerlijkheid is zo’n woord. In Epheziërs 1 staat tot driemaal toe dat wij gered zijn en geestelijk opgebouwd worden tot lof van Gods heerlijkheid. Wat betekent dat nu precies?

 

Het woord heerlijkheid betekent zowel in het Hebreeuws als in het Grieks volgens de commentaren: eer, waardigheid, dat wat iemand gewichtig maakt; het imponerende van iemand. Als mensen kunnen we bij elkaar respect afdwingen om wie we zijn. Bepaalde mensen houden we in ere vanwege hun karakter, hun offervaardigheid of hun wijsheid. Salomo werd beroemd om zijn wijsheid; moeder Teresa eren we om haar onbaatzuchtige liefde voor het arme en uitgestotene.

Andere mensen eren we om wat ze kunnen. Sporthelden en filmsterren vallen in deze categorie. Voor hun levenswandel hebben we niet altijd respect; toch worden ze geëerd, zuiver om wat ze presteren. Er is ook een categorie mensen die we respecteren om wat ze bezitten: prachtige huizen, dure auto’s, een zeewaardig jacht enz.


Een kasteel met de daarbij behorende landerijen noemen we nog wel een heerlijkheid. Het gaf ‘gewicht’ aan de graaf of baron die het bewoonde. Hoe meer men bezat, met des temeer respect werd men behandeld.

 

Als we in de Bijbel lezen over Gods heerlijkheid, dat wat God eert, wat Hem tot een imponerend en gewichtig Iemand maakt, dan heeft het allereerst te maken met Zijn karakter. In Exodus 34 laat God iets van Zijn heerlijkheid aan Mozes zien. Hij noemt Zichzelf bij die verschijning: barmhartig en genadig, lankmoedig, rijk van goedertierenheid en trouw. Gods heerlijkheid bestaat dus bovenal uit wie Hij is.

God openbaart Zijn heerlijkheid echter ook door wat Hij kan. Hij doet grote dingen, wonderen. In Jeremia 32 zegt God: “Zie, Ik, de Here, ben de God van al wat leeft; zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?” Gods heerlijkheid bestaat dus ook hierin, dat Hij almachtig is.


Ten slotte wordt Gods waardigheid ook bepaald door wat Hij bezit. In Psalm 50:12 zegt Hij: “Mij behoort de wereld en haar volheid.”

Onze God is dus geweldig imponerend, buitengewoon gewichtig, om wie Hij is, om wat Hij kan en om wat Hij bezit. Dat is Zijn heerlijkheid.

 

Het is dan ook uiterst vernederend voor God wanneer we met Hem geen rekening houden, Hem niet erkennen als onze Schepper, uit Wie, door Wie en tot Wie wij bestaan. Of wanneer we Hem als een onaanzienlijk godje beschouwen, voor wie men geen respect hoeft te hebben en die ook onmachtig is om iets te doen.

Dat was de zonde van het volk Israël. Ondanks alle wonderen die God gedaan had om te laten zien hoe heerlijk, hoe gewichtig en imponerend Hij was, hebben ze zich van Hem afgewend en zijn ze de afgoden gaan dienen. In Zefanja 1:12 zegt God van de mannen van Juda: “Zij denken bij zichzelf: De Here doet geen goed en Hij doet geen kwaad.” Het vernedert God als mensen zó weinig respect voor Hem hebben. Helaas leven wij in een tijd waar de meeste mensen precies zo denken als de mannen uit Zefanja. Men vindt het niet de moeite waard om God te leren kennen. Dat is heel ernstig.

 

Een praktische vraag die bij me boven kwam is deze: Als ik geschapen ben en gered door het bloed van Jezus Christus om de heerlijkheid, het gewicht, het aanzien, het respect, de goede naam van God te vergroten, hoe kan ik daar dan een aandeel in hebben? Ik kwam tot drie mogelijkheden:

 

1.    Hem eren met mijn woorden

Erop gericht zijn vele malen per dag God te eren om Wie Hij is en om wat Hij doet. Naarmate ik ouder word ga ik het steeds meer als iets bijzonders beschouwen dat ik in vrede mag leven, dat ik gezond ben, gered ben, een hoopvolle toekomst heb, van de natuur mag genieten enz. Ik oefen mezelf erin om mij deze gevoelens bewust te maken en er over te spreken en te bidden. Via mijn gebeden aan tafel wil ik dagelijks aan mijn gezin overdragen dat ik Gods genadegaven als iets bijzonders ervaar, waaraan ik nooit wennen wil als iets vanzelfsprekends. Dat eert Hem.

 

2.    God toelaten mij te veranderen naar Zijn beeld

Dat ik als zondig mens steeds meer mag gaan lijken op mijn Vader is iets heel bijzonders. Niemand kan mensen innerlijk wezenlijk veranderen dan God alleen. God kan van een Saulus een Paulus maken, van een Simon een Petrus, van een Jacob een Israël. Dat is een kostbare zaak, iets wat Hem bijzonder veel eer, gewicht en heerlijkheid geeft.

C.S. Lewis heeft het zo verwoord: ‘Het scheppen van mooie, aantrekkelijke dingen kost God, voor zover wij weten, niet de minste moeite, maar het bekeren van de weerspannige wil van de mens heeft Hem de kruisdood gekost.’ God heeft mij, zondig, beperkt en onvolmaakt schepsel uitgekozen om de eer van Zijn naam te vergroten. Mensen die mij vroeger kenden en me nu zien moeten het toegeven: God is goed voor zondaren.

Tot in eeuwigheid zal ik een toonbeeld mogen zijn van wat Gods liefde, geduld en trouw vermogen. Hoe meer er aan mij schortte en ontbrak, des te groter wordt Gods eer.

 

De Bijbel is er duidelijk over: niemand is té zondig, té beperkt, té onvolmaakt om niet te kunnen bijdragen tot Gods heerlijkheid. Integendeel! Onze natuurlijke gaven en karaktereigenschappen eren God, want Hij is onze Schepper, maar wat Hem bijzonder eert zijn de veranderingen ten goede die Hij in ons kan bewerken doordat we Hem vertrouwen en liefhebben en onze wil volkomen aan Hem hebben overgegeven.

Als Paulus dacht aan wie hij was –een wrede vervolger van gelovigen- en wie hij bezig was te worden –iemand die steeds meer op Jezus ging lijken- dan jubelt hij het uit hoe groot Gods liefde en genade is voor zondaren. Hij wilde wel ongehuwd blijven, over de wereld zwerven als aller voetveeg (1 Corinthiërs 4:13), gevangen zitten voor Christus en lichamelijk zwak zijn … als het maar eraan mocht bijdragen dat mensen en engelen meer respect kregen voor die geweldige God, Die in Christus onze genadige Vader wil zijn.

 

3.    Mij laten gebruiken als een instrument in Zijn hand

God wil niet alleen iets in mij doen, Hij wil ook iets door mij doen. En dan op een manier dat iedereen, die het zien wil, moet toegeven: dit is van God. Daarom werkt God bij voorkeur met zwakke, beperkte mensen, omdat dan des te beter uitkomt dat het Zijn werk is. God kan dus weinig door mij doen als ik niet in geloof wil leven.

Steeds maar weer wil vertrouwen dat Hij mij er doorheen zal helpen. Ik moet eerlijk zeggen dat me dit dikwijls zwaar valt, vooral als ik moe word. Te weinig kennis, te weinig tijd, te weinig geld, te weinig doorzicht hoe het verder moet en dat, terwijl ik van nature juist zo graag alles veilig wil stellen! En wat heb ik nog veel te verliezen! Soms moet er een fysiotherapeute aan te pas komen om mijn verkrampte spieren weer soepel te wrijven!

 

Maar God wil wonderen doen. Hij wil juist water in wijn veranderen als de bruidegom in de piepzak zit; Hij wil manna geven als niemand weet waar dat eten verder vandaan moet komen; Hij wil de Rode Zee splijten als iedereen denkt: ‘Nu gaan we er aan!’ Waarom wil God zo werken?

Heeft Hij er een behagen in dat we lijden en steeds maar moeilijkheden hebben? Nee, Gods doel is dat we steeds minder aandacht geven aan wat ons gewichtig maakt: wie wij zijn, wat wij kunnen en wat wij bezitten en steeds uitbundiger spreken over Gods heerlijkheid, wie Hij is, wat Hij kan en wat Hij bezit. “O Here, onze Here, hoe heerlijk is Uw naam op de ganse aarde…” (Psalm 8:2).





 

Juli 1982


Natuurlijke en geestelijke liefde ...

Vriendelijkheid...

De oogst is wel groot...

Het kruis, een dwaasheid voor de wereld...