Siersteenlaan 480 te Groningen / 06-17984365 Iedere zondag welkom vanaf 10 uur

Een oase ligt in de woestijn

Soms kunnen we er zo naar verlangen persoonlijk, in ons eigen leven, meer te ervaren van Gods liefde en van Zijn kracht. Gewoon weer eens duidelijk merken dat het toch wel even verschil uitmaakt dat we Christus tot Helper hebben.

Wanneer gebeuren wonderen?

‘Maar’, dacht ik, ‘wanneer kan God het beste Zijn liefde en kracht aan ons tonen? Wanneer is het voor ons het duidelijkst dat Hij zorgt en leidt en dat het niet “toevallige omstandigheden” zijn die ons meezitten?’ Ik kwam tot de volgende conclusie: Hoe meer de omstandigheden tegen ons zijn hoe meer we iedere troost en elke oplossing als een openbaring van Gods liefde en kracht zien. Hoe groter de nood, des te meer ervaren we de oplossing als een wonder van God.

Gevoelsmatig sprak deze conclusie mij helemaal niet aan! Ik ben voldoende een kind van mijn tijd om veel waarde te hechten aan het genieten van alles wat het leven te bieden heeft. Tegenslagen en tijden van onzekerheid, moeite en zorg zijn daarbij onwelkome gasten, die het genieten van het goede des levens dreigen te verstoren.


Pas wanneer ik het ervaren van Gods liefde en kracht kan zien als het genieten van het goede des levens, pas dan kunnen perioden van onzekerheid, moeite en zorg, rijke tijden worden. Tijden die ik niet zou hebben willen missen, ook al zijn ze gevoelsmatig nog zo onaantrekkelijk.

Jacobus schrijft aan de christenen in de verstrooiing dat ze het voor enkel vreugde moeten houden als allerlei moeilijkheden hun pad kruisen, omdat hun geloofsleven erdoor verdiept wordt (Jacobus 1:2).


Paulus schrijft dat hij kan roemen in alles wat hem zwak en afhankelijk maakt, want dan kunnen Gods kracht en Zijn genade zich pas goed aan Paulus en de zijnen laten zien (2 Corinthiërs 12:9-10).


Jacobus en Paulus spreken van het genieten van het goede des levens doordat ze Gods liefde en kracht ervaren temidden van moeilijkheden. Als oasen –midden in de woestijn- die ze door moeten trekken. We mogen niet vergeten dat een plaats met een waterbron en palmen pas dan een oase wordt, als ze omgeven is door woestijn. Het is juist het gaan door een hete woestijn wat het bereiken van een oase tot zoiets bijzonders maakt.

Tijd hebben voor God

Onlangs schreef een echtpaar ons dat ze een moeilijke tijd doormaken. ‘Onze relatie met God staat op een laag pitje…’ schreven ze. Ik kan dat zo goed begrijpen. Je kunt zó in beslag genomen worden door de zorgen en beslommeringen van het leven dat de lust en de discipline je vergaan om je op God te concentreren. Het liefste zoek je wat verstrooiing. Wie van ons kent deze perioden niet?


Toch een woord ter waarschuwing: Als je door de woestijn gaat, de hete zon boven je en het gloeiende zand om je heen, slof dan niet in doffe ellende de oase voorbij! Stop! Kijk om je heen! Neem de tijd om te rusten bij de waterbron, in de schaduw van een palmboom.

Legeren aan het water


In Exodus 15 wordt beschreven hoe zwaar de Israëlieten het hebben in de woestijn Sur. Het hoofdstuk eindigt met het prachtige vers: “Daarna kwamen zij in Elim; daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich daar aan het water.”

Hoe kunnen wij ons geestelijk ‘legeren aan het water’ als God ons –net als Israël- door een woestijn laat trekken waar we dorst lijden en de teleurstelling van het bittere water van Mara moeten ondergaan? Waar we vervolgens verder moeten trekken met de nare herinnering dat we bij Mara in ongeloof mopperden in plaats van in geloof God gevraagd te hebben het water zoet te maken? Geestelijk genieten van Elim, hoe doen we dat praktisch, als we ons omgeven weten door de dreiging van de woestijn?


oase.jpg


Het voorbeeld van Josafat


Het verhaal van Josafat in 2 Kronieken 20 kan ons hierbij helpen. Koning Josafat en het volk van Juda worden door God in een crisissituatie geleid. Drie verschillende volken trekken tegelijk op ten strijde tegen Juda. Het leger is zó talrijk dat Juda alle moed ontnomen wordt dat ze zich nog kunnen verdedigen.

Josafat wordt bevreesd, maar in plaats van zich in zijn vrees te storten op het vinden van menselijke oplossingen besluit hij naar God te gaan. Hij laat zelfs het hele volk van Juda vasten (dat maakt de soldaten alleen maar zwakker!) Uit alle steden van Juda komt men naar Jeruzalem om samen met de koning de Here te zoeken.

Wat men dan doet is zó bijzonder –maar ook zo algemeen toepasbaar- dat we het als een voorbeeld kunnen gebruiken hoe ons geestelijk ‘te legeren aan het water’ als de hitte van de woestijn ons terneer drukt:


1. Heer, U bent…


Als Josafat met het volk voor God verschijnt begint hij God niet meteen alle problemen voor te leggen. Uiteindelijk kent God de situatie nog beter dan zijzelf! De koning begint echter met lofprijzing. In plaats van God te smeken Zich op hén te concentreren, gaan zíj zich op God concentreren. Josafat prijst God om Wie Hij is. ”Here, God onzer vaderen, zijt Gij niet God in de hemel, heerst Gij niet over al de koninkrijken der volken? In Uw hand is kracht en sterkte, niemand kan standhouden tegen U” (2 Kronieken 20:6).


Wat is geestelijk meer verkwikkend –in tijden van tegenslagen, onzekerheid, zorg en nood- dan ons volledig te concentreren op Wie God is? Niet in een theologisch debat (dat kan volledig aan ons hart voorbijgaan), maar in lofprijzing, in gebed. Neerknielen en God vertellen Wie Hij is. Hem grootmaken, door Zijn grootheid te verwoorden. We kunnen gedeelten uit de Psalmen gebruiken als we woorden tekort komen. Hoe duidelijker we God zien, Zijn grootheid, trouw en liefde, des te meer worden we verkwikt. We ‘legeren ons aan het water’ midden in de woestijn.


2. Heer, U heeft…

Josafat vervolgt de lofprijzing door te verwoorden wat God heeft gedaan. Hij doet het weer in de vraagvorm: “Zijt Gij niet onze God, Die voor het aangezicht van Uw volk Israël verdreven hebt de inwoners van dit land?” (2 Kronieken 20:7).


Als een gelovige Israëliet nadacht over kracht dan mediteerde hij niet over kosmische krachten waaraan je via bepaalde handelingen deel krijgt (magie), maar hij concentreerde zich op wat God heeft gedaan in de geschiedenis.

Voor ons christenen geldt hetzelfde. Daarom is het zo belangrijk dat we steeds weer opnieuw de Bijbel doorlezen! “Ik zal van Uw wonderdaden gewagen” (Psalm 145). Ook van die in mijn eigen leven.


3. Heer, U zult…

“Onze God, zult Gij over hen niet gericht houden? Wij immers zijn niet opgewassen tegen deze grote menigte die tegen ons is opgerukt, en wij weten niet, wat wij doen moeten, maar op U zijn onze ogen gevestigd” (2 Kronieken 20:12).


Het lofprijzingsgebed eindigt in een geloofsbelijdenis: “Heer, U zult…” en in een belijdenis van eigen onbekwaamheid. Zo stonden Josafat en het volk voor Gods aangezicht, en ze wachtten in geloof totdat God uitkomst bracht.


De manier waarop Juda gered werd was uniek voor die situatie, maar de manier waarop ze met hun zorgen naar God gingen kunnen we steeds opnieuw toepassen in onze situaties: Heer, U bent…, Heer, U heeft…, Heer, U zult…


‘We maken een moeilijke tijd door… onze relatie met God staat op een laag pitje…’. Wie begrijpt niet wat ze bedoelen? Maar in de woestijn Sur ligt Elim. Daar kunnen we Gods liefde en kracht ervaren als we de tijd nemen om ons ‘te legeren aan het water’. Heer, U bent…, Heer, U heeft…, Heer, U zult… óók voor mij!



Studie door Gert Doornenbal

maart 1987


Dankbare mensen zijn beschermde mensen...

Het verbond om in vrede te leven...

Wachten op God met vertrouwen...

De oogst is wel groot...